Reeds op 25 september 2008, net na de ondergang van Lehman Brothers, gaf minister Van Quickenborne de Economische Inspectie de opdracht een onderzoek te voeren naar de manier waarop producten van Lehman Brothers door Citibank werden gepromoot en aan de man gebracht. Hoewel uit de analyses van de Economische Inspectie bleek dat ongeveer 4 000 Citibank-klanten potentieel betrokken waren, hadden zich op 4 september 2009 slechts 1300 klanten gemeld bij de FOD Economie of het Parket.
Op verzoek van minister Van Quickenborne werden ook de overige 2700 per brief geïnformeerd over de nakende start van het proces en de mogelijkheden om alsnog een schadevergoeding te bekomen.
Gedurende het diepgaande onderzoek werden 116 klagers en 18 kantoorhouders verhoord. Op 4 december 2008 werd het volledige dossier overhandigd aan het parket te Brussel, dat begin juni 2009 oordeelde dat niet alleen Citibank Belgium maar ook haar verantwoordelijke bankiers zich voor de correctionele rechtbank moeten verantwoorden.
Van Quickenborne heeft Citibank meermaals opgeroepen de gedupeerden te vergoeden. Citibank heeft dit reeds in 200 dossiers gedaan. Minister Van Quickenborne raadt alle betrokken beleggers aan om zich morgen te melden om 14.00 uur (Brussels Event Brewery, Delaunoystraat 58, B-1080 Brussel). Dan wordt door het Parket uitgelegd hoe de procedure verder zal verlopen en hoe ze zich burgerlijke partij kunnen stellen. Het eigenlijke proces zal vervolgens rond april 2010 starten.
Ondertussen blijft minister Van Quickenborne de komende uren en dagen in contact met Citibank om te pogen tot een minnelijke oplossing te komen. Op die manier zouden de beleggers bespaard blijven van de rompslomp van een gerechtelijke procedure. De rechtbank kan zich dan toespitsen op het strafrechtelijke aspect en nagaan of Citibank en enkele directieleden zich schuldig maakten aan misbruik van vertrouwen, inbreuken op de wetgeving over het prospectus of inbreuken op de wet handelspraktijken.