"Minister Crevits moet durf tonen. In tijden van crisis willen de mensen jobzekerheid en liggen ze er niet wakker van of er op honderd meter van hun deur een bushalte is. Blijven vasthouden aan het decreet basismobiliteit is met belastinggeld smijten", aldus De Ridder.
Donderdag wordt in het Vlaams parlement de beleidsnota Mobiliteit van minister Crevits besproken. Daarbij zal het zonder twijfel ook gaan over de besparingen die de Vlaamse regering wil doorvoeren bij de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn. Eerder raakte bekend dat De Lijn de komende jaren zo'n 40 miljoen euro per jaar zou moeten besparen.
Volgens Vlaams parlementslid Annick De Ridder zijn de besparingen bij De Lijn absoluut nodig, maar ontbreekt het de bevoegde minister aan visie. De Ridder geeft daarom een schot voor de boeg van minister Crevits. Er moet volgens De Ridder vooral meer werk gemaakt worden van een "betere dienstverlening en een meer vraaggestuurd openbaar vervoer".
De Ridder viseert daarbij vooral het principe basismobiliteit. Dat principe werd ingevoerd door de vorige (socialistische) ministers van Mobiliteit en bepaalt onder meer dat iedereen in de stad op minstens 500 meter van zijn deur een halte moet hebben. Voorts werd vastgelegd dat bussen op reguliere lijnen een minimumbezetting van 8 reizigers per rit moesten hebben.
Volgens De Ridder zijn die parameters echter niet meer van deze tijd. "Dat decreet werd uitgevoerd in tijden van hoogconjunctuur. In tijden van crisis moet je durven schrappen. Mensen willen dat er nu prioriteit wordt gegeven aan hun job, niet aan een bushalte op wandelafstand", aldus De Ridder. Op plaatsen waar de vraag naar openbaar vervoer laag is, moet men volgens De Ridder sneller durven schrappen in de reguliere buslijnen. Buslijnen met een lage bezetting worden volgens haar beter vervangen door belbussen of taxicheques.
Maar er moet niet alleen gesnoeid worden in het aanbod. "Daar waar nodig, op plaatsen waar er stelselmatig overbezetting is, moet het aanbod uitgebreid worden", klinkt het. "Wij pleiten dus zeker niet voor minder kwaliteit in het openbaar vervoer. Integendeel, wij willen dat er wordt ingezet op een betere dienstverlening", luidt het.