Door tijdelijke contracten in te voeren, zal er meer rotatie ontstaan in het patrimonium aan sociale woningen, zodat de wachtlijsten verkleinen en mensen sneller aan een sociale woning kunnen worden geholpen. De gemiddelde wachttijd is nu 970 dagen. Van Volcem wil bij het bepalen van de toegang tot de sociale huisvesting naast het inkomenscriterium ook rekening houden met het vermogen. “Mensen die een erfenis krijgen, moeten het engagement tonen om hun woning op termijn af te staan aan anderen die het meer nodig hebben.” Huisvestingsval wegwerken Van Volcem wil ook de zogenaamde huisvestingsval aanpakken. Als je een sociale woning huurt loont het zelden om te werken. Eens je meer verdient, moet je immers meer huur betalen. Het verkrijgen van een sociale woning moet gekoppeld worden aan een activeringstraject. Ik pleit voor een sterke activering van werklozen in sociale woningen. “We moeten nagaan hoe een huursubsidie kan worden geïnstalleerd zodat de overheid voor iedereen in dezelfde omstandigheden hetzelfde kan doen", aldus Van Volcem. Waar het geld halen? Van Volcem wil verder woningen die zwaar gerenoveerd moeten worden, verkopen tegen kostrpijs. Dit zou 2,1 miljard euro kunnen opbrengen. Zo komen er middelen vrij om een huursubsidie voor de allerzwaksten in te voeren. En de verkoop van de sociale woningen zou de sociale mix verbeteren in oude complexen. Mensen die deze woningen aankopen kunnen op eigen tempo renoveren. Van Volcem wijst er verder op dat de ruimte schaarser wordt. Vorig jaar waren er nog 1500 ha in handen van sociale huisvestingsmaatschappijen, nu nog 1211 ha (dus 25 procent minder). Het grond- en pandendecreet is een nieuwbouwdecreet. "Het systeem faalt want de grond geraakt op en de behoeftigen van vandaag zijn niet de behoeftigen van morgen," stelt van Van Volcem. Volkshuisvesting of sociale huisvesting voor allerarmsten? Bij de voorstelling werd afgesproken om tijdens een hoorzitting de vergelijking te maken met internationale modellen van sociale huisvesting. “Willen we in Vlaanderen evolueren naar volkshuisvesting – een huis voor iedereen- of dient de sociale huisvesting voor de allerarmsten. Dat wordt een belangrijke beleidskeuze in de toekomst”, besluit Van Volcem.