Vandaag communiceert Vlaams minister van Wonen Freya Van den Bossche over de financiële toestand van het Vlaams Woningfonds. Zij baseert zich daarbij op een audit door de Inspectie van Financiën die aantoont dat het Vlaams Woningfonds, bij ongewijzigd beleid, tegen 2020 met een faillissement zou kunnen geconfronteerd worden. “Open Vld heeft gemengde gevoelens bij de communicatie van de minister. Enerzijds vinden wij het onverstandig om nu al te praten over een mogelijk faillissement in 2020 want dit kan leiden tot onrust bij de sociale leners van het Vlaams Woningfonds én tot het wegjagen van mogelijke kandidaat-ontleners. Anderzijds zijn we wel blij dat de minister een oplossing voor de problemen ziet in het voorstel van Open Vld, nl. om één vennootschap voor sociale leningen op te richten. Wij rekenen dan ook op het goedkeuren van onze teksten in het Vlaams Parlement”, aldus Vlaams parlementslid Mercedes Van Volcem. Het was deze ochtend even schrikken: een Vlaams minister van Wonen die het mogelijk faillissement van één van haar belangrijkste partners in het woonbeleid aankondigt. Het Vlaams Woningfonds is immers al meer dan 20 jaar actief als de grootste verstrekker van sociale leningen in Vlaanderen. Met meer dan 30.000 sociale ontleners speelt het Woningfonds een belangrijke rol in het verhogen van de eigendomsgraad in Vlaanderen. Het feit dat vandaag in de media wordt gesproken over een mogelijk faillissement, is dan ook niet zonder belang. “ Gezien het aantal sociale ontleners bij het Vlaams Woningfonds is het niet zo verstandig om dit debat in de media te gooien. Het gaat hier om tienduizenden mensen die nu allerlei vragen zullen stellen en die zich ongerust zullen maken. Maar nog meer zal deze communicatie een invloed hebben op de beslissing van toekomstige ontleners, zeker in deze Bat ibouw-periode. Immers, welke kandidaat-ontlener zal zich nu nog tot het Woningfonds wenden? Het gaat hierbij om gezinnen die in aanmerking komen voor een sociale lening en die dus via het Woningfonds op een voor hen betaalbare manier een eigen woning kunnen verwerven. Als zij zich nu laten afschrikken door deze berichten van de minister, zullen zij een veel duurder krediet bij een private bank moeten aangaan of zullen zij moeten afzien van de aankoop van een eigen woning. Deze communicatie is dan ook onverantwoord beschadigend. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van de Vlaams minister van Wonen?”, stelt Mercedes Van Volcem. Om de mogelijke problemen het hoofd te bieden stelt de minister voor om één grote, nieuwe vennootschap op te richten waarin alle leningsactiviteiten van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en het Vlaams Woningfonds worden ondergebracht. Ook dit element van de communicatie is minstens verrassend te noemen. “Immers, reeds op 20 mei 2010 diende onze fractie een voorstel in om een harmonisatie in de sociale kredietsector door te voeren. Daarin stelt Open Vld voor om alle sociale leningen van de VMSW en van de tientallen erkende kredietmaatschappijen in Vlaanderen onder te brengen bij het Vlaams Woningfonds. Op die manier wordt alles gegroepeerd bij de instelling die de meeste expertise heeft, is er meer transparantie voor de burger en verhogen de effectiviteit en de efficiëntie van het beleid. Daar kan toch niemand tegen zijn ?”, aldus Van Volcem. “We zijn dan ook blij dat de minister nu dezelfde weg wil volgen, ondanks het feit dat ze bijna een jaar heeft nodig gehad om ons standpunt bij te treden. We gaan er dan ook van uit dat de Vlaamse meerderheidspartijen onze teksten zullen goedkeuren. Het is wel jammer dat de minister in de media op dit gestarte parlementaire debat een voorafname wil doen. Maar van twee dingen één: een dergelijke operatie moet ook gepaard gaan met een substantiële verhoging van de middelen voor die nieuwe structuur en voor sociale leningen. Enkel op die manier kunnen ook mensen die een duurdere lening bij een private bank niet aankunnen, hun droom van een eigen woning waarmaken en blijft de sector financieel gezond. Want de waarheid heeft ook haar rechten: als het Woningfonds financiële problemen heeft, dan komt dat omdat de instelling het slachtoffer is geworden van haar eigen succes. Meer en meer gezinnen vinden hun weg naar een goedkope lening van het Woningfonds. Als de Vlaamse regering daarbij onvoldoende middelen voorziet en bepaalde engagementen niet nakomt, dan is het logisch dat het Woningfonds in de problemen komt. Zo besliste de minister van Wonen zelf nog om in de begroting 2011 25 miljoen euro rentesubsidies niet uit te keren en deze uit de reserves van het Woningfonds te halen. Maar voor het aankopen van bouwgronden door de overheid heeft ze wel 50 miljoen euro veil… Als de minister dan toch per se wou communiceren, dan had er ook wat meer eerlijkheid bij mogen gehanteerd worden”, besluit Mercedes Van Volcem.