Hoe vroeger naar school, hoe beter Onderwijs is een middel om gelijke startkansen te creëren. En de verlaging van de leerplicht naar drie jaar is daarvoor een probaat middel. Onderwijs moet emanciperend werken en geen sociale ongelijkheid installeren. Wat houdt ons tegen om de leerplicht te verlagen? Uit onderzoek blijkt dat de sociale afkomst een bepalende factor is en blijft voor de schoolloopbaan van een kind. Gemiddeld 36 procent van de allochtone kinderen tussen 2,5 en 3 jaar gaat niet naar de kleuterschool. Ook kinderen van éénoudergezinnen en kinderen van laaggeschoolde ouders gaan minder vaak naar de eerste kleuterklas dan hun leeftijdgenoten met een andere socio-economische achtergrond. Omdat die kansarme kinderen pas op latere leeftijd naar school gaan, starten ze vaak met een ‘handicap’. Studies wijzen uit dat ze met leerachterstand kampen die hen achtervolgt de rest van hun studies en oorzaak is van een toenemende uitstroom van schoolverlaters zonder een secundair diploma. Voor alle duidelijkheid, in België is 85% van de kinderen vanaf de leeftijd van 2,5 jaar wel ingeschreven in een kleuterschool, en slechts 0,3% volgt uiteindelijk nooit kleuteronderwijs. Daarmee behoort ons land tot de besten van de Europese klas. Waarom dan die verlaging? Wel, ingeschreven zijn, is niet hetzelfde als naar school gaan. En net voor die kleuters uit die doelgroep is de verlaging van de leerplicht noodzakelijk. Het voorstel om de wet op de leerplicht van 29 juni 1983 te wijzigen is niet nieuw. Er werden al heel wat vruchteloze parlementaire initiatieven ondernomen door Open Vld’ers (Bart Somers, Willem-Frederik Schiltz, Herman De Croo, Marleen Vanderpoorten, Irina De Knop, Jean-Luc Vanraes…). Maar gelijkaardige voorstellen van Hilde Claes (sp.a) en Christos Doulkeridis (Ecolo) maken duidelijk dat het hier niet om een ideologische breuklijn gaat. Onderwijs is sinds 1989 vooral een bevoegdheid van de gemeenschappen, met uitzondering van het begin en het einde van de leerplicht die een federale aangelegenheid zijn. Daarom willen wij bij uitstek de socialistische parlementsleden oproepen om een van deze initiatieven te steunen of er zelf een te nemen, waarna op federaal vlak de leerplicht op de agenda kan. Recente berichten over het gebrek aan kinderopvang, de gebrekkige kennis van het Nederlands bij allochtonen in grote Vlaamse steden en in Brussel, en de aanpak van het spijbelen en schoolmoeheid maken het debat meer dan ooit actueel. Meer kans op werk Met de leerplichtverlaging komen de kinderen uit die kansarmere gezinnen vroeger in contact met de schoolomgeving. Ze kunnen zo hun startkansen en hun toekomstkansen verhogen. Met ons voorstel willen we die kwetsbare kinderen meer kans op slagen geven. Leraars kunnen op die manier sneller vaststellen wie extra begeleiding nodig heeft, zodat de achterstand afneemt. Wij willen de vicieuze generatiegebonden armoedecirkel doorbreken waarin vele sociale achtergestelde ouders zich bevinden. Hiervoor moet veel breder worden gegaan dan enkel de leefloontrekkers. Achterliggend idee is dat personen die niet in staat zijn hun eigen leven te organiseren (ziekte, depressies, drankproblemen enz.) vaak ook niet in staat zijn het leven van hun kinderen te organiseren. Een maatregel zou moeten leiden tot een verplichte aanwezigheid van 120 schooldagen voor driejarigen om tot algemene schoolplicht te komen vanaf vier jaar. In het taalbad Hiermee wordt ook een antwoord gegeven op de groeiende achteruitgang van de kennis van de Nederlandse taal. De taalachterstand van kinderen op jonge leeftijd die thuis noch Nederlands, noch Frans spreken, – in Brussel is dit 50 procent -, hypothekeert ook hun verdere schoolloopbaan. Nog een reden om verplicht onderwijs zeer vroeg in te voeren. Door de verlaging komen kinderen vroeger in aanraking met het Nederlands. Ze worden als het ware in een taalbad ondergedompeld. Als je anderstalige kinderen al vanaf drie of vier jaar in de kleuterklas krijgt waar ze spelenderwijs Nederlands kunnen leren, is hun taalachterstand weggewerkt op het moment dat ze naar het eerste leerjaar gaan. Een vocabularium van 800 woorden in het eerste leerjaar moet volstaan om met succes te kunnen volgen. Bovendien zou dit voor Brussel betekenen dat extra taalproeven niet nodig zouden zijn. Niet alleen in Brussel, maar ook in Vlaanderen is dit noodzakelijk. Wie zijn taal goed kent, kan in de klas beter volgen en zal zo later zijn kansen op het behalen van een diploma en het vinden van een job sterk verhogen. En een job is de beste bescherming tegen sociale achterstelling en armoede. Totaalaanpak nodig Ouders moeten positieve stimulansen krijgen om hun kinderen naar school te sturen. Regelmatig in de klas zitten en op tijd komen zijn belangrijke factoren die echt het verschil kunnen maken. Het inbouwen van voldoende structuur en regelmaat zorgt voor evenwicht en harmonie, voor optimale ontwikkelings- en leerkansen. Onderwijs is een middel om gelijke startkansen te creëren. En de verlaging van de leerplicht naar drie jaar is daarvoor een probaat middel. Onderwijs moet emanciperend werken en geen sociale ongelijkheid installeren. Ons voorstel wil er dan ook toe bijdragen om elk kind dat het recht heeft op goed onderwijs alle toekomstkansen te geven met het uitzicht op een degelijk bestaan. Bart Somers, Marleen Vanderpoorten, Jean-Luc Vanraes en Noël Slangen.
Hoe vroeger naar school, hoe beter
Onderwijs is een middel om gelijke startkansen te creëren. En de verlaging van de leerplicht naar drie jaar is daarvoor een probaat middel. Onderwijs moet emanciperend werken en geen sociale ongelijkheid installeren. Wat houdt ons tegen om de leerplicht te verlagen?
Uit onderzoek blijkt dat de sociale afkomst een bepalende factor is en blijft voor de schoolloopbaan van een kind. Gemiddeld 36 procent van de allochtone kinderen tussen 2,5 en 3 jaar gaat niet naar de kleuterschool. Ook kinderen van éénoudergezinnen en kinderen van laaggeschoolde ouders gaan minder vaak naar de eerste kleuterklas dan hun leeftijdgenoten met een andere socio-economische achtergrond. Omdat die kansarme kinderen pas op latere leeftijd naar school gaan, starten ze vaak met een ‘handicap’. Studies wijzen uit dat ze met leerachterstand kampen die hen achtervolgt de rest van hun studies en oorzaak is van een toenemende uitstroom van schoolverlaters zonder een secundair diploma. Voor alle duidelijkheid, in België is 85% van de kinderen vanaf de leeftijd van 2,5 jaar wel ingeschreven in een kleuterschool, en slechts 0,3% volgt uiteindelijk nooit kleuteronderwijs. Daarmee behoort ons land tot de besten van de Europese klas. Waarom dan die verlaging? Wel, ingeschreven zijn, is niet hetzelfde als naar school gaan. En net voor die kleuters uit die doelgroep is de verlaging van de leerplicht noodzakelijk.
Het voorstel om de wet op de leerplicht van 29 juni 1983 te wijzigen is niet nieuw. Er werden al heel wat vruchteloze parlementaire initiatieven ondernomen door Open Vld’ers (Bart Somers, Willem-Frederik Schiltz, Herman De Croo, Marleen Vanderpoorten, Irina De Knop, Jean-Luc Vanraes…). Maar gelijkaardige voorstellen van Hilde Claes (sp.a) en Christos Doulkeridis (Ecolo) maken duidelijk dat het hier niet om een ideologische breuklijn gaat. Onderwijs is sinds 1989 vooral een bevoegdheid van de gemeenschappen, met uitzondering van het begin en het einde van de leerplicht die een federale aangelegenheid zijn. Daarom willen wij bij uitstek de socialistische parlementsleden oproepen om een van deze initiatieven te steunen of er zelf een te nemen, waarna op federaal vlak de leerplicht op de agenda kan. Recente berichten over het gebrek aan kinderopvang, de gebrekkige kennis van het Nederlands bij allochtonen in grote Vlaamse steden en in Brussel, en de aanpak van het spijbelen en schoolmoeheid maken het debat meer dan ooit actueel.
Meer kans op werk
Met de leerplichtverlaging komen de kinderen uit die kansarmere gezinnen vroeger in contact met de schoolomgeving. Ze kunnen zo hun startkansen en hun toekomstkansen verhogen. Met ons voorstel willen we die kwetsbare kinderen meer kans op slagen geven. Leraars kunnen op die manier sneller vaststellen wie extra begeleiding nodig heeft, zodat de achterstand afneemt. Wij willen de vicieuze generatiegebonden armoedecirkel doorbreken waarin vele sociale achtergestelde ouders zich bevinden. Hiervoor moet veel breder worden gegaan dan enkel de leefloontrekkers. Achterliggend idee is dat personen die niet in staat zijn hun eigen leven te organiseren (ziekte, depressies, drankproblemen enz.) vaak ook niet in staat zijn het leven van hun kinderen te organiseren. Een maatregel zou moeten leiden tot een verplichte aanwezigheid van 120 schooldagen voor driejarigen om tot algemene schoolplicht te komen vanaf vier jaar.
In het taalbad
Hiermee wordt ook een antwoord gegeven op de groeiende achteruitgang van de kennis van de Nederlandse taal. De taalachterstand van kinderen op jonge leeftijd die thuis noch Nederlands, noch Frans spreken, – in Brussel is dit 50 procent -, hypothekeert ook hun verdere schoolloopbaan. Nog een reden om verplicht onderwijs zeer vroeg in te voeren. Door de verlaging komen kinderen vroeger in aanraking met het Nederlands. Ze worden als het ware in een taalbad ondergedompeld. Als je anderstalige kinderen al vanaf drie of vier jaar in de kleuterklas krijgt waar ze spelenderwijs Nederlands kunnen leren, is hun taalachterstand weggewerkt op het moment dat ze naar het eerste leerjaar gaan. Een vocabularium van 800 woorden in het eerste leerjaar moet volstaan om met succes te kunnen volgen. Bovendien zou dit voor Brussel betekenen dat extra taalproeven niet nodig zouden zijn. Niet alleen in Brussel, maar ook in Vlaanderen is dit noodzakelijk. Wie zijn taal goed kent, kan in de klas beter volgen en zal zo later zijn kansen op het behalen van een diploma en het vinden van een job sterk verhogen. En een job is de beste bescherming tegen sociale achterstelling en armoede.
Totaalaanpak nodig
Ouders moeten positieve stimulansen krijgen om hun kinderen naar school te sturen. Regelmatig in de klas zitten en op tijd komen zijn belangrijke factoren die echt het verschil kunnen maken. Het inbouwen van voldoende structuur en regelmaat zorgt voor evenwicht en harmonie, voor optimale ontwikkelings- en leerkansen. Onderwijs is een middel om gelijke startkansen te creëren. En de verlaging van de leerplicht naar drie jaar is daarvoor een probaat middel. Onderwijs moet emanciperend werken en geen sociale ongelijkheid installeren. Ons voorstel wil er dan ook toe bijdragen om elk kind dat het recht heeft op goed onderwijs alle toekomstkansen te geven met het uitzicht op een degelijk bestaan.
Bart Somers, Marleen Vanderpoorten, Jean-Luc Vanraes en Noël Slangen.