Sla navigatie over

Dag van de Ondernemer: een overzicht van onze maatregelen voor ondernemers

Wat zouden we doen zonder onze ondernemers? Ze creëren welvaart, jobs en schoppen leven in hun straat, buurt of gemeente. Dat het niet altijd even simpel is begrijpen we maar al te goed: er zijn nog steeds drempels om een eigen zaak te starten, financieel en praktisch, en er komt heel wat kijken bij het runnen van een succesvol bedrijf.

Met Open Vld doen we er alles aan om onze ondernemers de nodige zuurstof te geven om te groeien en te bloeien. Met minder lasten, meer bescherming, een beter pensioen én extra flexibiliteit. Hierbij een overzicht van de diverse maatregelen die we de afgelopen jaren genomen hebben om onze ondernemers beter te ondersteunen.

Minder lasten, meer overhouden:

Verlaging van de vennootschapsbelasting en verhoging van de investeringsaftrek:

Met de verlaging van de vennootschapsbelasting hebben we gezorgd voor een vergaande daling van de belastingdruk. Wie onderneemt houdt meer netto over. De tarieven daalden in 2018 van 33 naar 29% en zullen in 2020 verder dalen tot 25%. KMO’s kunnen rekenen op een éxtra korting: zij betalen slechts 20% op de eerste schijf van 100.000 euro.

Lagere sociale bijdragen voor zelfstandigen:

Ook zelfstandigen kunnen genieten van een lagere loonkost. Zo werden de persoonlijke sociale bijdragen van zelfstandigen verlaagd van 22% naar 20,5%. Leuk om weten: dit is de eerste daling van de sociale bijdragen voor zelfstandigen op 20 jaar tijd. Een historische stap in de goede richting.

Geen sociale bijdragen voor “de gouden werknemer”:

Ondernemers die hun eerste werknemer tewerkstellen, betalen tot 2020 geen sociale bijdragen gedurende de volledige duur van de tewerkstelling. Een extra duw in de rug tijdens hun eerste stap als werkgever!

Vermindering sociale bijdragen voor de tweede tot zesde aanwerving:

De bestaande vermindering van sociale bijdragen voor de 1ste tot 5e aanwerving gedurende 13 kwartalen werden overgezet naar de 2e tot 6e werknemer. Sinds 2017 geniet men bovendien voor 4 extra kwartalen van een vermindering van 1050 euro (per kwartaal) voor de 3e tot 6e aanwerving. Voor de 3e werknemer komt dit neer op een bijkomende vermindering van 2400 euro. Voor de 4e tot 6e werknemer gaat het zelfs om 4200 euro tot 4650 euro extra per werknemer. Vele handen, licht werk.

Verlaging van de patronale bijdragen:

We leggen de focus niet alleen op nieuwe of recente aanwervingen, het huidig personeel wordt ook goedkoper. Zo kunnen zelfstandigen en ondernemers gemakkelijker mensen aan een job helpen en worden ze ook competitiever. De patronale bijdragen werden verlaagd van 32,4% naar 25% en er werd voorzien in een bijkomende verlaging van de tarieven voor de lagere lonen.

Verdubbeling van de investeringsaftrek:

De investeringsaftrek voor KMO’s werd in 2016 verdubbeld, van 4 naar 8%. Ook zelfstandigen betalen nu minder belastingen wanneer ze investeren in hun zaak met de aankoop van een bedrijfsvoertuig of nieuw materiaal. Vanaf januari 2018 werd dit basispercentage voor kmo’s en éénmanszaken zelfs opgetrokken naar 20%!

Fiscaal voordelige winstpremie:

Tenslotte kunnen ondernemers en zelfstandigen sinds begin 2018 gebruik maken van de nieuwe, verbeterde winstpremie. Die werd in het leven geroepen zodat werkgevers hun werknemers op een fiscaal vriendelijke manier kunnen belonen. Concreet valt de winstpremie onder een lagere personenbelasting van 7%, waardoor de werknemer netto meer overhoudt. En het werkt! Sinds het invoeren van dit voordelig beloningssysteem merken we een opmerkelijke stijging in het aantal bedrijven die hun werknemers belonen: eind april stond de teller op 97, ongeveer negen keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar.

Betere bescherming:

De blauwe hinderpremie:

Ondernemers en zelfstandigen kunnen heel wat hinder ondervinden van werkzaamheden in hun straat of buurt. De deuren sluiten is echter niet altijd een optie, omdat men vreest dat vaste klanten dan elders hun heil zullen zoeken. Voorheen was men verplicht om de deuren te sluiten voor een compensatie. Dit euvel hebben wij weggewerkt met de nieuwe hinderpremie. Concreet heeft men recht op een éénmalig bedrag van €2000, met een bijkomend dagbedrag van €80 vanaf de 22e sluitingsdag.

Uitkering voor wie activiteit moet stopzetten wegens economische redenen:

Zelfstandigen die hun activiteit moeten stopzetten door economische problemen hebben sinds 2017 recht op een maandelijkse uitkering van €1192. Voor alleenstaanden die minstens één persoon ten laste hebben gaat het over zo’n €1490. Dit voor een maximale duur van 12 maanden. Voorheen gold deze uitkering enkel voor een faillissement of een gedwongen stopzetting, bijvoorbeeld door natuurrampen, maar dankzij Open Vld werd deze regeling verder opengesteld.

Moederschapsverlof voor zelfstandigen:

Zelfstandige mama’s hebben nu recht op 12 weken moederschapsrust in plaats van 8. Ze kunnen hun weken bovendien flexibeler opnemen – per week, maar ook voltijds of halftijds – zodat ze de combinatie werk-gezin optimaal kunnen regelen.

Halvering van de carensperiode:

Vroeger hadden zelfstandigen geen recht op een uitkering tijdens de eerste maand van arbeidsongeschiktheid. Begin dit jaar hebben we hier een mouw aan aangepast, zodat zelfstandigen nu al na 2 weken kunnen rekenen op een uitkering.

Moederschapsuitkering zelfstandigen binnenkort sneller terugbetaald:

Sommige ziekenfondsen betalen de moederschapsuitkering voor zelfstandige vrouwen pas terug na 12 weken moederschapsrust. Drie maanden zonder inkomen zet echter een serieuze druk op het gezinsbudget. Daarom zal minister De Block samen met minister Ducarme werk maken van een snellere uitbetaling.

Een hoger pensioen:

Gelijkschakeling minimumpensioen zelfstandigen:

Met Open Vld pleiten wij voor een harmonisering van de verschillende statuten. Binnen die visie kan het dan ook niet dat het minimumpensioen voor zelfstandigen zoveel lager uitvalt dan dat van werknemers en ambtenaren. Daarom werden de minimumpensioenen voor zelfstandigen in 2016 gelijkgeschakeld aan die van loontrekkenden. Begin 2017 werden de minimumpensioenen bovendien verder verhoogd met 1,7% voor een onvolledige loopbaan en 1% voor een volledige loopbaan. In totaal komt dit neer op zo’n €151 per maand!

Langer werken wordt beloond:

Vandaag stopt de opbouw van pensioenrechten na 45 loopbaanjaren, ook al is men na die 45 jaar nog altijd aan de slag. Voor de pensioenen die ten vroegste op 1 januari 2019 ingaan, zal dat niet meer het geval zijn: voortaan zullen de effectief gewerkte jaren voorbij de 45 jaar ook meetellen voor het pensioen en dus aanleiding geven tot de opbouw van extra pensioenrechten.

Afkopen studiejaren:

Zelfstandigen kunnen nu gemakkelijker studiejaren afkopen zodat ze meetellen voor het berekenen van het pensioen. Tijdens de overgangsperiode van 3 jaar is het mogelijk om geslaagde studiejaren na het 20ste levensjaar te regulariseren voor een bijdrage van €1500 per afgekocht jaar (na 2020 geldt dit ook voor studiejaren voor het 20ste levensjaar). Na de overgangsperiode kan dit alleen indien men binnen de 10 jaar na studeren regulariseert. Per afgekocht studiejaar stijgt het pensioen met €266,66 bruto per jaar.

Tweede pensioenpijler opengesteld voor zelfstandigen:

Zelfstandigen konden reeds sparen voor een aanvullend pensioen door middel van het Vrij Aanvullend Pensioen Voor Zelfstandigen (VAPZ). Het bedrag was echter beperkt tot 3060 euro per jaar. Deze beperking werd weggewerkt door de Individuele Pensioentoezegging (IPT) – die voorheen enkel gold voor zelfstandige bedrijfsleiders – open te stellen voor zelfstandigen die actief zijn als natuurlijk persoon, hun meewerkende echtgenoten, zelfstandige helpers én zelfstandigen in bijberoep die evenveel bijdragen als zij in hoofdberoep. Voor zo’n IPT bestaat er geen absoluut bedrag als bovengrens.

Flexibeler werk:

Proefperiode 2.0. ingevoerd:

De opzegtermijnen werden aanzienlijk ingekort tijdens de eerste maanden van tewerkstelling: van 2 weken naar 1 week voor de eerste 3 maanden. Men kan dit eigenlijk zien als een proefperiode 2.0., die de drempel naar werk verlaagt én zorgt voor meer competitiviteit.

Meer flexibiliteit bij het inzetten van jobstudenten:

Sinds begin 2017 mogen studenten voortaan 475 uren per jaar werken als jobstudent, in plaats van 50 dagen. Dit maakt het mogelijk voor ondernemers om studenten bijvoorbeeld enkele uren in te zetten tijdens piekmomenten.

Vrijere invulling van de 38-uren week:

Werkgever en werknemer kunnen dankzij deze regering de arbeidsduur in onderling overleg flexibel verdelen over het jaar. Werknemers moeten met andere woorden niet elke week 38 uur werken en kunnen soms eens wat meer, dan weer wat minder werken. Dit gaat samen met de mogelijkheid om meer overuren te doen. Extra flexibiliteit!

Uitbreiding van de flexi-jobs:

Flexi-jobs bleken reeds een overweldigend succes in de horeca, en sinds dit jaar kan men er ook gebruik van maken in de klein- en detailhandel, dankzij Philippe De Backer. Zo kunnen bakkers, slagers, kleinhandelaars, kappers en schoonheidssalons piekmomenten nu beter opvangen met flexibele, gemotiveerde werkkrachten.

Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder