Sla navigatie over

De evolutie van onze diverse samenleving in 5 jaar tijd

Derde generatie zet grote stappen voorwaarts op vlak van onderwijs, tewerkstelling en inkomen

Voelt u zich deel van de samenleving? Heeft u het gevoel te worden gediscrimineerd? Vindt u dat u de wetten mag overtreden indien deze niet samengaan met de regels van uw geloof? In een grootschalige bevraging in opdracht van Vlaams minister van Gelijke Kansen, Integratie en Inburgering Gwendolyn Rutten werden deze vragen voorgelegd aan personen van de verschillende grote herkomstgroepen in Vlaanderen. De studie die eens om de 5 jaar wordt uitgevoerd onderzoekt de deelname aan de samenleving en de positie daartegenover. “Hoe onze samenleving evolueert is een debat dat ons allen aangaat. Ik ga als minister niet komen met een hapklaar statement: ‘alles is slecht of alles is goed’. Vandaag kiezen wij heel bewust om dat niet te doen. Ik kies niet voor een voorgekauwd narratief, ik kies voor inhoud, voor feiten en nuance. Zoals Christophe Busch eerder al aangaf: “Het samenlevingsdebat besmetten met nuance”. De laatste 5 jaar zijn er stappen in de goede richting gezet maar niet alle cijfers zijn goed. Er is duidelijk nog werk aan de winkel. Laat ons dat debat voeren.”

In 2018 werd de brede bevraging voor het eerst gedocumenteerd door Agentschap Binnenlands Bestuur. Met de bevraging die vandaag wordt gepubliceerd kunnen evoluties in de samenleving worden onderzocht. Een representatieve groep inwoners van Belgische, Marokkaanse, Turkse, Poolse, Roemeense en Congolese herkomst werd daarin bevraagd, en voor de eerste keer ook een groep inwoners van Afghaanse herkomst. Daarnaast werd vandaag ook een studie voorgesteld die onderzoek doet naar de plaats in de samenleving van Vlamingen die tot de derde generatie behoren, of met andere woorden een buitenlandse herkomst hebben maar zowel de persoon zelf als haar of zijn ouders in België zijn geboren. Wetenschappelijk wordt deze groep als derde generatie aangeduid, in de realiteit zijn dit Vlamingen onder Vlamingen. Zonder onderscheid. Deze laatste studie biedt nieuwe, positieve inzichten.

“De derde generatie doet het goed in onze samenleving. De cijfers van arbeidsparticipatie of burgerschap evolueren positief ten opzichte van vorige generaties maar er is nog werk aan de winkel.” vertelt minister van Samenleven Gwendolyn Rutten.

Samenleven: 3 op de 4 voelt zich thuis

“Een samenleving kan maar floreren als iedereen er zich ook onderdeel van voelt. Dat is een belangrijk, zo niet het belangrijkste startpunt.”

Meer dan 3 op de 4 respondenten van Marokkaanse, Turkse, Congolese en Afghaanse herkomst geeft aan zich thuis te voelen in België. Bij de respondenten met Turkse herkomst is dat een opmerkelijke stijging van 8% ten opzichte van 2017. Tegelijkertijd heeft bijna 1 op de 3 van diezelfde respondenten het gevoel dat de samenleving hun inspanningen om erbij te horen niet waardeert.

Daarbij aansluitend liggen de cijfers voor het ervaren van discriminatie behoorlijk hoog. Het aandeel respondenten dat het voorbije jaar aangeeft minstens één keer het slachtoffer geweest te zijn van discriminatie ligt bij Congolese, Marokkaanse en Turkse herkomst het hoogst. De uitschieter ligt bij respondenten van Congolese herkomst (43%). Bij de Belgische herkomstgroep heeft 13% recent discriminatie ervaren. Dat is significant minder dan bij de andere groepen. Elke dag, elke situatie waarin discriminatie ervaren wordt is er een te veel. Gediscrimineerd voelen heeft een negatieve weerslag op veel andere zaken.

Niet naast maar mét elkaar leven

Het doorbreken van segregatie – het louter terugvallen op personen uit de eigen herkomstgroep – is cruciaal om het sociaal weefsel van onze open maatschappij te versterken. Niet naast elkaar, maar met elkaar leven zorgt voor appreciatie en begrip.

Over de voorbije vijf jaar zien we een positieve evolutie bij zowel Belgische, Turkse als Poolse respondenten dat er meer wordt deelgenomen aan activiteiten van gemengde verenigingen. Met andere woorden waar personen van verschillende origine aanwezig zijn. Ook geven personen van verschillende herkomstgroepen aan meer contact te hebben met hun buren met diverse achtergrond. 

Desondanks vinden we gemiddeld minder diversiteit terug in de vriendenkring, hier is geen significante verandering ten opzichte van 2017. Op de vraag: “heeft u vrienden of kennissen met een andere migratieachtergrond” antwoordt 1 op de 4 respondenten met Belgische herkomst aan van niet. 90% van de personen met buitenlandse herkomst geeft aan minstens een vriend of kennis van Belgische herkomst te hebben. Bij personen van Afghaanse herkomst is dat 75%.

De derde generatie neemt vaker deel aan activiteiten van gemengde verenigingen in vergelijking met hun ouders of grootouders. Namelijk 54% voor personen met EU-herkomst en 48% voor personen zonder EU-herkomst. Al is dat nog steeds minder dan de Belgische herkomstgroep.

Samenleven in diversiteit gaat natuurlijk breder dan enkel de verschillende herkomst. Het gaat ook over diversiteit op vlak van gender of geaardheid. Gendergelijkheid: 20% van de personen met Marokkaanse, Turkse of Roemeense herkomst vindt dat vrouwen beter thuisblijven dan te gaan werken. Bij zowel Marokkaanse als Turkse herkomst is dit een verbetering ten opzichte van 2017, “maar het cijfer blijft onaanvaardbaar en legt een belangrijk werkpunt bloot”. Voor personen van Roemeense herkomst zien we een stijging van 16% naar 20% op deze vraag. Bij de Belgische herkomstgroep strandt men met een lichte daling op 7%.

De houding ten opzichte van holebiseksualiteit blijft problematisch. Er is een lichte ‘verbetering’ ten opzichte van 2017 bij respondenten van Belgische, Turkse, Poolse, Roemeense en Congolese herkomst maar de cijfers blijven onaanvaardbaar. Op de vraag “het is goed dat twee personen van hetzelfde geslacht met elkaar mogen trouwen” zegt 85% van de Belgische herkomstgroep akkoord te zijn, gevolgd door de Roemeense herkomstgroep (56%) en de Turkse herkomstgroep (28%). De grootste stijgers zitten bij de Poolse (59%) en Congolese (30%) herkomstgroep, respectievelijke +19% en +11% ten opzichte van 2017.

Verder vindt 84% van de Poolse herkomstgroep, 61% van de Congolese en 56% van de Turkse herkomstgroep dat homoseksuele en lesbische vrouwen hun leven moeten kunnen leiden zoals ze zelf willen. Bij de Belgische herkomstgroep gaat 93% akkoord. Op de stelling “Ik zou het oké vinden als mijn kind een partner heeft van hetzelfde geslacht” blijft het verschil met de Belgische herkomstgroep (79% geeft aan geen probleem te hebben) zeer groot. Waarbij slechts 50% met Poolse herkomst dat oké vindt, 35% bij de Roemeense afkomst, is dat zelfs maar 16% en 14% bij Congolese of Turkse herkomst. Deze cijfers bieden nog steeds een zeer verontrustende kijk op holebi’s.

Geloof: relatie tussen geloof en samenleving blijft problematisch.

Op vlak van geloof geeft 6 op de 10 personen van Belgische herkomst aan gelovig te zijn. 87% van diezelfde groep geeft aan evenveel respect te hebben voor mensen met een ander geloof als voor mensen van het eigen geloof.

Bij personen met migratieachtergrond geeft de meerderheid van de derde generatie niet-EU herkomst (51%) aan niet gelovig of vrijzinnig te zijn. Bij de eerste (15%) en tweede (23%) generatie ligt dit een stuk lager. Hier zijn dus meer personen gelovig. Als we toespitsen op de Islam zien we dat bij de eerste generatie niet-EU 48% zich identificeerde als islamitisch terwijl dit nog 24% is bij de 3de generatie.

Het aandeel christelijke en islamitische gelovigen dat vindt dat Belgische wetten niet moeten gevolgd worden indien ze in strijd zijn met hun geloof is voor beide religies gelijk aan 17%. Dit cijfer blijft zeer problematisch.  Er is een licht positieve evolutie voor personen met Marokkaanse of Turkse herkomst. Bij de 3de generatie zien we een ander beeld: hier is 3% van de respondenten het eens met de stelling. Deze aandelen zijn gelijkaardig aan die van de Belgische herkomstgroep.

Kinderen

De bevragingen rond gezin en opvoeding tonen geen significante verschillen ten opzichte van 2017. Maar ook toen was er al een grote discrepantie tussen de Belgische herkomstgroep en de Marokkaanse en de Turkse herkomstgroep. Vooral de vraag “ik heb mijn kinderen niet onder controle” scoort bij Marokkaanse herkomst het tweede hoogst (10%) gevolgd door Turks (7%), Roemeens (5%) Congolees (5%) en Pools (4%). De uitschieter is voor de nieuwe groep bevraagden, nl. van Afghaanse herkomst, waar 14% antwoord het eens of helemaal eens te zijn met de stelling. Bij de Belgische herkomst ligt dat cijfer op 1%.  “Over deze cijfers is verder onderzoek nodig.” besluit minister Rutten. “Hoe begrijpen de respondenten deze vraag.”

Werk: nog te grote verschillen

Ondanks dat het de moeite is om te gaan werken en dat werk de drijver is voor integratie vertaalt dit zich niet volledig in de cijfers. Bij respondenten van de Marokkaanse herkomst is de helft aan het werk: 38% van de koppels bestaat uit tweeverdieners, dat ligt hoger dan in 2017. Maar lager dan bij de Congolese herkomstgroep waar 67% van de koppels tweeverdieners zijn. De Roemeense en Poolse herkomstgroep heeft de hoogste werkzaamheidsgraad van alle groepen (79% en 78%). Bij de Turkse herkomstgroep is er ook een sterke stijging op te merken in het aandeel tweeverdieners (van 30% in 2017 naar 45% in 2022). De socio-economische positie is het meest precair bij de respondenten van Afghaanse herkomst. 15% van de koppels bestaat uit tweeverdieners;

Een opvallend cijfer is het aantal vrouwen met niet-EU herkomst onder hun diplomaniveau werken. Bij de Congolese herkomstgroep gaat dat over 28%, dat ligt lager dan de Roemeense herkomstgroep met 37%. De absolute uitschieter zijn de vrouwen uit de Poolse herkomstgroep waarbij iets minder dan de helft (43%) onder het niveau van haar diploma werkt.

De jongeren vandaag doen het een stuk beter dan hun ouders of grootouders op vlak van arbeidsparticipatie. Het aandeel werkenden ligt bij zowel de EU- als niet-EU herkomstgroep hoger bij de derde generatie (75% en 65,9%) dan bij de eerste generatie (EU herkomstgroep 63,5%) en niet EU-herkomstgroep 58.4%. We zien dat ook de werkloosheidsgraad bij de derde generatie de werkloosheidsgraad van de Belgische herkomstgroep (2,0%) benadert in vergelijking met de eerste en tweede generatie.

Opleiding: derde generatie haalt in

Er zijn meer hoogopgeleiden bij de Marokkaanse herkomstgroep dan in 2017 (21%). Ook bij de Turkse herkomstgroep zien we gelijkaardige stijging van 12% naar 23% hoogopgeleiden.  Bij de Congolese herkomstgroep is dat zelfs 43%.

We zien dat het aandeel kortgeschoolden opvallend lager ligt bij de derde generatie. Bij de niet-EU herkomstgroep gaat het over 8% en bij de EU-herkomstgroep over 14%. Het aandeel hooggeschoolden ligt voor beide herkomstgroepen op 49%. Dit is gelijkaardig aan het aantal hooggeschoolden binnen de Belgische herkomstgroep en de EU-herkomstgroep van de eerste generatie.

Kennis Nederlands: Poolse en Roemeense herkomstgroep scoren het laagste

Kennis van het Nederlands is een essentiële vaardigheid om volledig mee te draaien in de samenleving en om alle kansen te benutten op de arbeidsmarkt. Het aandeel respondenten dat van zichzelf vindt dat men (heel) goed Nederlands spreekt ligt op respectievelijk 98% en 95% bij de derde generatie van EU- en niet-EU herkomst. Dit ligt op ongeveer hetzelfde niveau als bij de Belgische herkomstgroep (99%).

Als we inzoomen op het Samenleven onderzoek dat de vergelijking maakt met 2017 zien we dat de Roemeense en Poolse herkomstgroep het minste Nederlands verstaan of de Belgische media volgen. "Een mogelijkse verklaring kan zijn dat er veel intra-Europees verkeer blijft, waarbij velen van deze specifieke herkomstgroep ook terug naar Polen of Roemenië gaan voor enkele maanden.

Opvallend is dat binnen de nieuwe instroom van Afghaanse herkomstgroep 7 op 10 aangeeft  redelijk tot zeer goed Nederlands te verstaan. Dit is het hoogste aandeel van de anderstalige respondenten. 76% spreekt vaak tot altijd Nederlands met mensen van het werk. Wat ook het hoogste aandeel van alle buitenlandse herkomstgroepen is. Bij de Congolese herkomstgroep zien we een stijging (62%)  t.o.v. 2017 (54%). 

Conclusie

Het zijn stuk voor stuk interessante cijfers en inzichten. Ze tonen positieve tendensen maar ook nog steeds problematische situaties. Vlaanderen is pionier op vlak van inburgeringsbeleid in Europa en moet hierop blijven verder werken. De maatschappij moet het debat in alle openheid voeren om te  kijken waar het beter kan: zowel burgers, de media als het beleid hebben hier een rol in te spelen. Wij maken tenslotte samen de samenleving. Het is een belangrijk debat dat niet op de snee van polarisering dient gevoerd te worden, maar wel op basis van feiten en wetenschappelijk onderzoek. Daarom stellen we ze hier ook graag ter beschikking: Barometer samenleven: www.barometersamenleven.be en de Samenleven In Diversiteit -survey: www.samenleven-in-diversiteit.be.

Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder