Sla navigatie over

Dit was de Studiedag Onderwijs!

Thema 1: Leerkracht, homo universalis? M/V/X die alles kan, of niet?

Panel : Nadine Engels (VUB), Bart Buysse (directeur-generaal Verbond van Belgische ondernemingen) Tinneke Beeckman (Doctor in moraalwetenschappen), Filip Moons (leerkracht wiskunde Atheneum Karel Buls en lerarenopleiding UA).

Digitale tussenkomst: Constantine Ioannou (educational board Ottowa, Canada)

Moderator: Ann Brusseel

Centraal in dit debat stond wat we van de leerkracht mogen verwachten?: wat moet die kunnen? Wat is zijn of haar kerntaak? Volgens Nadine Engels moeten we afstappen van het idee van de leerkracht als solospeler: iemand die in zijn klas zijn vakinhoud aan zijn leerlingen onderwijst. Dit hokjes denken zorgt voor een fragmentering van het leerproces en leidt er ook toe dat talenten van leerkrachten onderbenut worden in het schoolproject. Leerkrachten moeten zowel vak expert zijn als expert in leerprocessen stimuleren, maar elk heeft ook nog eens z’n eigen talent. Door de school een doordacht HR-beleid te laten voeren en mensen met complementaire talenten aan te nemen en die ook actief in te zetten, zal deze hokjesmentaliteit wijken. Door taken meer te spreiden zal ook de planlast dalen. Een extra voordeel van leerkrachten meer als team te laten functioneren en klasbezoeken te stimuleren is dat jonge leerkrachten hierbij ook veel gemakkelijker ondersteund kunnen worden. Nu is het namelijk zo dat deze groep vaak amper of geen aanvangsbegeleiding krijgt wanneer ze start. Bart Buysse wees hier op het verschil met de privésector, waar er massaal wordt ingezet op de begeleiding van  nieuwe mensen in een bedrijf. Zo verzamelen ze snel voldoende zelfvertrouwen en inzicht in de werking van het bedrijf om zelfstandig verder te gaan. Om dergelijk doorgedreven beleid op school te kunnen voeren is er natuurlijk wel nood aan directies die deze taak naar behoren kunnen uitvoeren.

Willen we inzetten op de talenten van leerkrachten en hun ontplooiing, dan moeten deze talenten en vaardigheden natuurlijk ook gevaloriseerd worden. De uitbouw van een loopbaanladder met perspectieven is dan ook cruciaal.

 

Thema 2: Helemaal digitaal, ook op school?

Pieter Heeman (Uitgeverij Plantyn), Geraldine Clarebout (Universiteit Maastricht); Dirk Terryn

Digitale tussenkomst: Caroline Pauwels, rector VUB

Moderator: Kadijha Zamouri

Alexander De Croo, minister van Digitale Agenda, leidde dit panel in met een videoboodschap. Hij vindt het belangrijk dat leerlingen leren coderen en creëren. De vraag werd voorgelegd aan het panel. Geralinde Clarebout vond het een goede zaak dat de minister het had over “opnemen in het curriculum” en niet over de introductie van coderen als vak. Door digitale vaardigheden in alle vakken laten terug te keren, leren leerlingen namelijk direct in een betekenisvolle omgeving hoe allerlei vormen van digitalisering hen kunnen helpen en ondersteunen.

Die digitalisering als ondersteuning kwam vaak terug. Tablets en andere tools mogen namelijk niet meer worden dan dit: het zijn en blijven hulpmiddelen die de leerkracht inzet om het leerproces te ondersteunen. Leerlingen een tablet geven betekent niet automatisch betere inhoudverwerving. Hoe je de tablet inzet, bepaalt of dit het leerproces zal stimuleren. Het is wel zo dat digitaal lesmateriaal zodanig flexibel kan opgebouwd worden dat er meer ingespeeld kan worden op de noden van de leerlingen. Dit gaat niet enkel over differentiatie op vlak van niveau, maar bijvoorbeeld ook op vlak van talige ondersteuning. Pieter Heeman van uitgeverij Plantyn zei dat uitgeverijen alle evoluties in de digitale wereld nauwgezet opvolgen, maar dat ze wel gebonden zijn aan het tempo van digitalisering op de scholen zelf. Dirk Terryn kaderde die geleidelijkheid: wanneer scholen inzetten op digitalisering, dat dit met een lange termijnvisie moet gebeuren. Er moet gezorgd worden dat het voor alle leerlingen toegankelijk is, zodat bijvoorbeeld de kloof met kansarme jongeren niet nog groter wordt.

Thema 3: Leren is maatwerk

Karin Heremans (directeur GO! Atheneum Antwerpen); Wouter Duyck (UGent), Saïda Sakali (Koning Boudewijnstichting)

Digitale tussenkomst: Sofie Foets, toekomstatelier de l’avenir

Moderator Jo De Ro.

Binnen dit thema kwamen drie grote onderwerpen aan bod: het belang van kleuteronderwijs, studiekeuze en diversiteit in het onderwijs. Voor het kleuteronderwijs werd nogmaals benadrukt hoe belangrijk vroege participatie is. De eerste zes levensjaren hebben een grote impact op de verdere cognitieve ontwikkeling van het kind. Of zoals Saïda Sakali het stelde: al wat in de eerste zes levensjaren gebeurt is preventief, al wat daarna gebeurt is curatief. Karin Heremans voegde hier aan toe dat om alle kinderen de kans te geven om zich voldoende cognitief te ontwikkelen er van leerplicht naar schoolplicht moet gegaan worden. Het spreekt echter voor zich dat er daarom ook verder moet blijven ingezet worden op kwaliteit in het kleuteronderwijs: dat is nu al goed, maar het kan nog beter.

Door leerlingen al van op jonge leeftijd voldoende te stimuleren, kunnen ze ook hun eigen talenten en potentieel verder ontwikkelen. Een studiekeuze die nauw aansluit bij de eigen interesses en kundes is daarom van cruciaal belang. Francesco Vanderjeugd kwam hier tussen met een levendige getuigenis over hoe hij heel bewust gekozen heeft om via een leercontract zijn diploma secundair onderwijs te behalen. Niet omdat hij slechte punten haalde, maar omdat hij echt wist dat hij hierin verder wilde gaan. Niet alle leerlingen weten echter wat ze willen, en extra ondersteuning is vaak welkom. Wouter Duyck vertelde over de tool die men aan de UGent had ontwikkeld: daarbij is men er in geslaagd om jongeren een objectieve kijk te geven op hun capaciteit en hun studiemogelijkheden, zonder dat hun socio-economische achtergrond hier een impact op heeft.

Deze socio-economische achtergrond blijft namelijk een bepalende factor. Diversiteit, zowel cultureel als talig, wordt nog te vaak als een probleem ervaren. Karin Heremans vertelde dan ook hoe ze in haar school gestopt zijn krampachtig om te gaan met de diversiteit. Ze zetten de diversiteit in de verf, tonen er de meerwaarde van, maar blijven echter ook hameren op hoe het Nederlands wel de taal van de verbinding is. Het ene hoeft het andere namelijk niet uit te sluiten.

 

Thema 4: Leren te geloven of geloven in leren. Levensbeschouwing en onderwijs

Mario Van Essche (voorzitter Humanistisch-Vrijzinnig Vereniging), Jurgen Mettepenningen (directeur identiteit vicariaat onderwijs aartsbisdom Mechelen-Brusselen, gastprof KUL), Brahim Laytouss (directeur Islamic Development and Research Academy & UA), Anna Luyten (auteur en gastprof kunstfilosofie HoGent).

Digitale tussenkomst: Walter Pauli, Knack

Moderator: Jean-Jacques De Gucht

Open Vld ijvert al jaren om binnen het onderwijs ruimte te maken voor een vak levensbeschouwing en filosofie. Het thema blijft brandend actueel en deze discussie was meteen ook een van de meest levendige van de studiedag. Jurgen Mettepenningen stelde dat er binnen het katholiek onderwijs hard gewerkt wordt om jongeren voldoende antwoorden te bieden zich in de maatschappij voort te bewegen. Dit wordt gedaan onder de vorm van de dialoogschool. De tijd dat het katholiek onderwijs voor en door katholieken was, is voorbij volgens Mettepenningen. Nog nooit is levensbeschouwing zo belangrijk in het onderwijs. De paradox is zo belangrijk omdat het geweld waarmee we worden geconfronteerd net de perversiteit van de levensbeschouwing is.

Volgens Anna Luyten  is onderwijs de grootste wervende kracht voor wereldburgers.  Religie heeft daar wel degelijk een rol in te vervullen, want kennis van verschillende godsdiensten zorgt voor geïnformeerde keuzes en standpunten. Brahim Laytouss sloot hierbij aan, omdat men volgens hem geloof niet zo maar aan de kant kon schuiven. Heel wat (jonge) mensen zijn hier mee bezig en er moet over nagedacht worden hoe de democratie zal omgaan met al deze verschillende vormen van geloof. Onderwijs kan hier een belangrijke rol spelen, net omdat het mensen kan samenbrengen en dialoog kan stimuleren. Om deze reden is hij ook geen voorstander van specifieke islam-scholen,  naar het voorbeeld van katholieke scholen. Mario Van Essche stelde hierop de vraag in welke mate het nog wel relevant is in de huidige context om onderwijs te financieren op basis van geloofsoverwegingen: is het nog te verantwoorden om verschillende scholen elk te betalen om dezelfde vakken in te richten en telkens een leerkracht aan te stellen om voor een halfvolle klas dezelfde les te geven. Is het niet interessanter om slechts 1 keer te investeren en dan enkele verschillende leerkrachten voorzien om specifieke levensbeschouwelijke vakken te geven. Dit dan al dan niet gekoppeld met een gezamenlijk LEF-vak. Van Essche preciseerde wel dat dit idee enkel op de financiering door de overheid slaat, en geen afbreuk doet aan het recht dat iedereen heeft om onderwijs in te richten.

De volledige debatten kan u herbekijken op onze facebookpagina. 

Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder