Sla navigatie over

Keuzevrijheid komt niet de zorginstelling maar enkel de patiënt en arts toe

Meer dan ooit is de individuele vrijheid een hoeksteen van onze samenleving. Het is ingebakken in zowel de geesten als wetten. De burger verlangt dat de wetgever zijn of haar vrijheden beschermt. Van de vrijheid zijn of haar mening te uiten tot en met de mogelijkheid zelf te beslissen over het levenseinde. Het eerste recht geeft nieuwbakken aartsbisschop De Kesel de mogelijkheid om vrijuit te spreken over het tweede. Dit deed hij zaterdag ook in een interview (HBVL 26/12). Katholieke instellingen moet het volgens hem vrij staan euthanasie of abortus te weigeren.

Met zijn uitspraak valt de aartsbisschop de individuele vrijheid, die wij als samenleving zo koesteren, rechtstreeks aan. Bovendien is ze niet onschuldig of ongevaarlijk. Ze is de weerspiegeling van een overtuiging die bij een kleine minderheid ook op het terrein leeft. Drie maanden geleden benadrukte René Stockman, generaal-overste van de broeders van liefde, dat er in zijn ziekenhuizen voor euthanasie geen plaats is. De mening van de aartsbisschop vertaalt de generaal-overste met andere woorden in de praktijk.

Aan deze minderheid binnen de katholieke zorginstellingen mag absoluut geen duimbreed worden toegegeven. Wat de beste zorg is voor een patiënt is een vraag die zich enkel hoort te stellen tussen patiënt en arts. Het is de juridische plicht van een arts zijn patiënt te informeren over zijn gezondheid en mogelijkheden. Aan de individuele patiënt om een keuze te maken, zeker indien het gaat over de moeilijkste vraag,  namelijk het einde van het leven. Aan de individuele arts de keuze, om binnen de grenzen van de wet, de patiënt verder te helpen of door te sturen naar een andere arts. Ongeacht de instelling waartoe hij of zij behoort. De wetgeving beschermt ook de vrije keuze van de geneesheer.

Dat beide heren dit beslissingsrecht toekennen aan de zorginstelling, of erger nog zichzelf, is het terugdraaien van een cruciale evolutie die wij als samenleving hebben doorgemaakt. Sterker nog, indien zorginstellingen zoals deze van de broeders van liefde zich toch bezondigen aan de betutteling van de patiënt, plaatsen zij zich boven de wetgeving.

Deze zelfingenomenheid strookt niet met de fundamenten van onze samenleving. Een zorginstelling heeft omwille van een levensbeschouwelijke achtergrond niet het recht zich buiten het wettelijk kader van de seculiere rechtstaat te plaatsen. Wanneer zij haar artsen verplicht de levensbeschouwelijke visie van de instelling te volgen, vertragingsmanoeuvres uitvoert door de eindbeslissing bij een ethische commissie te leggen of palliatieve sedatie aanmoedigt als (ongecontroleerd) alternatief, overtreedt zij de wettelijk verankerde vrijheid van de patiënt. De weegschaal slaat in dat geval altijd door in het voordeel van de seculiere rechtstaat, niet de levensbeschouwelijke vrijheid van de instelling.

Vermits de katholieke ziekenhuizen een meerderheid uitmaken van het zorglandschap, kunnen we niet toelaten dat een instelling zich het beslissingsrecht toe-eigent dat enkel en alleen de individuele patiënt en arts toekomt. Indien zij dit toch doet, moeten we ons de vraag stellen of door de overheid gefinancierde ziekenhuizen die de wetgeving van diezelfde overheid niet naleven, wel de beste garantie zijn voor een goede zorg op maat. Het vingertje van de herder behoort tot het verleden, vandaag de dag beslist de patiënt. Hij of zij alleen beslist op basis van informatie door en dialoog met de arts. Het paternalisme van de zuil heeft anno 2015 wel degelijk plaats geruimd voor de individuele keuzevrijheid.

Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder