Sla navigatie over

Mobiliteitsplan moet Antwerpen door werken loodsen én openbaar vervoer van de toekomst ontwikkelen

“Reistijd inwoners Vervoerregio Antwerpen moet komende jaren dalen”

Een korte reistijd garanderen, nieuwe openbaar vervoer-corridors ontwikkelen, het bovenlokaal en lokaal fietsnetwerk verbeteren en vervolledigen, en het verder promoten van combimobiliteit. Dat zijn de vier pijlers uit het plan van aanpak dat Lantis, samen met Vlaanderen en de Vervoerregio Antwerpen uittekende om de ambitieuze doelstellingen inzake modal shift uit het Toekomstverbond te realiseren. Op vraag van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters maakte Lantis een concreet uitvoeringsplan waarmee die doelstellingen stap voor stap gerealiseerd moeten worden. Dat plan werd vandaag voorgesteld in de commissie Mobiliteit van het Vlaams Parlement. Eind oktober start een openbaar onderzoek over het regionaal mobiliteitsplan ROUTEPLAN 2030 dat na intense samenwerking met lokale besturen en burgers tot stand kwam.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “Om onze modal shift ambitie in en rond Antwerpen waar te maken, gaf ik in april dit jaar aan een Programmagroep de opdracht om een duidelijke strategie én prioritering op korte termijn voor te stellen. Er ligt nog een duidelijke set van projecten klaar die nu concreet en in detail moeten worden uitgewerkt. Er is een tijd van dromen, nu is er een tijd van doen”

Een ambitieus plan voor een ambitieuze regio

De Vervoerregio Antwerpen bestaat uit 32 gemeenten en telt ongeveer 1,2 miljoen inwoners. Deze regio kent door zijn strategische ligging langs belangrijke water-, spoor- en autowegen, veel doorgaande (logistieke) stromen die mee evolueren met de economische groei. Het snelgroeiende wegverkeer doet het wegennet steeds vaker vastlopen waardoor het verkeer uitwijkt naar onderliggende wegen en daar zorgt voor hinder en verkeersonveilige situaties. Het is cruciaal om de lokale verkeersleefbaarheid in de regio te verbeteren.

“Deze ambitie zetten we uit in een regio die de komende jaren nog zal groeien, zowel naar bevolking (+8% tegen 2030) als naar tewerkstellingsplaatsen (+2% tegen 2030). Deze stijgende cijfers mogen zich echter niet verder vertalen naar onleefbare woonkernen en dichtgeslibde wegen. Daarom zijn ingrepen op het vlak van lokale mobiliteit nodig. Met dit plan leggen we een strategie vast om de Antwerpse regio de komende decennia welvarend te houden”, legt Bart Van Camp, directeur Omgeving bij Lantis uit.

Reiziger staat centraal

Het (Route)plan dat vandaag op tafel ligt, werd ontwikkeld binnen de Antwerpse Vervoerregio. e uitvoeringsstrategie zet de gebruiker centraal. Om het plan te laten slagen, zal samenwerking binnen de regio over gemeentegrenzen heen cruciaal zijn. Inwoners stoppen immers niet met bewegen aan de gemeentegrenzen. Concreet wordt er werk gemaakt van:

1. Korte reistijden: Een korte reistijd, een belangrijke reden om het openbaar vervoer te nemen, wordt bepaald door frequentie en snelheid. Met de vervoerplannen van De Lijn en de NMBS als vertrekpunt, wordt er (onder meer) ingezet op de modernisering van de tramvloot, het versneld aanwerven van chauffeurs en techniekers (eventueel via het succesvolle samenwerkingsplatform van Jobs in De Grote Verbinding), het optimaliseren van metrokokers zoals die van Kerkstraat-Pothoekstraat en het verbeteren van de doorstroming van het M-net.

2. Ontwikkeling van nieuwe corridors: Naast een korte reistijd is het principe van nabijheid ook een belangrijke factor om mensen voor het openbaar vervoer te laten kiezen. Een robuust netwerk voor de hele regio moet de grotere verplaatsingsnoden de komende jaren helpen opvangen. Voor de volgende corridors wordt op korte termijn studiewerk opgestart:

a. Corridor noord-west-ringtangent: ontwikkeling van een Ringspoor met aantakkingen op havenhubs.
b. Corridor zuid: doortrekking van de sneltram Zuid naar de P&R UZA.
c. Corridor oost: sneltram over de Bisschoppenhoflaan richting stelplaats en P+R Houtlaan.
d. Randstedelijke corridor: een nieuwe districtentram die in het toekomstig netwerk de tangentiële verbinding moet maken.

3. Verbeteren & vervolledigen van bovenlokaal & lokaal fietsnetwerk
Minister Peeters heeft van de fiets een echte topprioriteit gemaakt in haar beleid. Deze legislatuur maakt minister Peeters maar liefst 1,4 miljard euro vrij voor veilige en comfortabele fietspaden. Daarnaast ondersteunt deze Vlaamse regering onder impuls van minister Peeters ook de provincies en lokale besturen bij het uitvoeren van hun fietsambities.

In Antwerpen leverden deze inspanningen een groter aandeel fiets op in het woon-werkverkeer. Het toegenomen fietsverkeer heeft echter ook een keerzijde: op sommige plaatsen begint de infrastructuur uit haar voegen te barsten. Om het fietsnetwerk verder te optimaliseren, lijstte het Agentschap Wegen & Verkeer de gevaarlijke punten op voor het bovenlokaal netwerk en werden deze ook al deels opgenomen. Voor het lokale netwerk biedt Lantis samen met departement Mobiliteit en Openbare Werken (DMOW) in de toekomst ondersteuning aan de lokale besturen.

Via een nieuw op te richten service center zal Lantis enerzijds inzetten op informatiedeling met de lokale besturen. Anderzijds kan Lantis i.s.m. DMOW door de lokale besturen ingeschakeld worden om hen te ondersteunen met studies rond mobiliteitsbeleid, de inrichting van fietsstraten of vragen rond data en monitoring.

“We nemen de verantwoordelijkheid van de besturen niet over, maar willen hen wel meer ondersteunen om de talrijke mobiliteitsuitdagingen die zij het hoofd moeten bieden, te helpen realiseren. Zo versterken we de slagkracht van het lokale mobiliteitsbeleid”,duidt Bart Van Camp.

4. Promoten van combimobiliteit
Meer en meer betrouwbare mobiliteitskeuzes moeten gebruikers finaal verleiden tot andere keuzes en dus tot ander verplaatsingsgedrag. Met de uitrol van het elektrisch deelfietsennetwerk van Donkey Republic en de Pendelproeverij zette Lantis al stappen om de voordelen van combimobiliteit in de verf te zetten. Er is echter meer nodig. Hoppinpunten moeten versneld uitgerold worden zodat iedere weggebruiker op stapafstand de keuze heeft uit een waaier van alternatieven om zich te verplaatsen. Ook hier kan door ondersteuning van gemeenten het Vlaams beleid in hogere versnelling komen.

De grootschalige werken in het kader van de Oosterweelverbinding en de onderhoudsopgave op het spoor- en onderliggend wegennet zijn noodzakelijk om kortere reistijden, betrouwbaarheid en kwaliteit te realiseren. Door de planning van werken, de ontwikkeling van duurzame alternatieven en communicatie verminderen we de hinder en werken we resultaatgericht aan de vier pijlers van dit plan van aanpak.

Samen vooruit

“We staan hier vandaag met een door de Vervoerregio gedragen plan. Lokale besturen ondersteunen dit plan, burgers hebben er vanaf begin tot eind aan meegewerkt. Laat ons samen aan de slag gaan om de dubbele opdracht die ons te wachten staat waar te maken: op korte termijn moeten we het systeem draaiende houden tijdens de vele werken en onderhoudsopgaves. Op lange termijn moeten we het openbaar vervoer van de toekomst ontwikkelen”, besluit Bart van Camp.
Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder