Sla navigatie over

Nele Lijnen wil databank zedenfeiten beter benutten

In het kader van haar parlementair werk omtrent seksueel geweld, heeft kamerlid Nele Lijnen (Open Vld) een parlementaire vraag gesteld aan de minister van Binnenlandse Zaken over de ViCLAS-databank.

Wat is ViCLAS?
Het Violent Crime Linkage Analysis System (ViCLAS) is een databank van de politie voor extrafamiliale zedenfeiten. Het doel is linken vinden tussen zedenfeiten, om zo de feiten sneller en beter op te sporen, alsook nieuwe onderzoekssporen te ontdekken. Op basis van pv’s codeert men dossiers met gegevens over de dader, het slachtoffer en het misdrijf[1]. Een voorbeeld: een verkrachter slaat in twee verschillende steden toe. Uit de pv’s van slachtoffers blijkt dat hun dader een opvallende tatoeage had. Door de dossiers te koppelen via ViCLAS, wordt duidelijk dat het om dezelfde dader gaat.

In principe kan de databank voor verschillende soorten feiten gebruikt worden: moord, verkrachting, ontvoering, enz. Jambon antwoordt dat in ons land de databank enkel feiten m.b.t. seksueel geweld bevat.

Voor de registratie van de misdrijven gebruikt de politie twee databanken. De Algemene Nationale Gegevensbank[2] (ANG) en de ViCLAS databank. De lokale politiediensten werken met een ISLP (Integrated System for Local Police) systeem, dat in 2018 wordt vervangen. De ISLP databank voedt de ANG databank die op haar beurt als basis dient voor de ViCLAS databank.

Enkel ViCLAS-analisten voeden de databank, op basis van een proces-verbaal opgesteld door de onderzoekende eenheid. Zo wordt ViCLAS uniform gevoerd door analisten met specifieke opleiding. Dit in tegenstelling tot Nederland, waar wordt ViCLAS gevoed door politiekorpsen over het ganse land. Dossiers worden in Nederland echter vaak niet goed ingevoerd. Dat probleem stelt zich in ons land niet.

Uit het antwoord van de minister blijkt dat er 8803 dossiers in de databank zitten[3]. Op de vraag hoeveel dossiers niet opgelost zijn, antwoordt minister Jambon wel dat voor 3309 dossiers (37,3%) de dader niet gekend is.

ViCLAS werd in 2003 geïnstalleerd in België. Ook Nederland, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Groot-Brittanië, Tsjechië en Ierland gebruiken het systeem. In geval van grensoverschrijdende feiten, wordt er contact genomen met de ViCLAS-partners van het desbetreffende land.

Welke problemen zijn er met ViCLAS?

  1. De geringe kwaliteit van pv’s, een probleem dat al naar voor kwam in het Adviescomité Maatschappelijke Emancipatie, dat zich op vraag van Nele Lijnen maandenlang heeft gebogen over de problematiek van verkrachtingen.
  2. Minister Jambon antwoordt dat de beschikbare informatie niet voldoende doorstroomt tot bij de ViCLAS-analisten. Het pijnpunt ligt in de informatiedoorstroming tot aan het centraal niveau. Door een omzendbrief moet dit verbeterd worden. “Reeds in 2007 werd een COL ontwikkeld inzake de wettelijke basis en werking van ViCLAS. Deze werd in de loop der jaren aangepast en verfijnd, doch werd tot nog toe nog niet goedgekeurd. Een laatste versie van deze COL ligt klaar ter goedkeuring”. In het adviescomité drong Comité P er ook op aan dat deze richtlijn aangenomen moest worden.
  3. Het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen gaf in het Adviescomité aan dat  magistraten onvoldoende gebruik maken van de ViCLAS-databank en DNA-databanken.

Waarom is deze databank belangrijk?

Elke dag stappen gemiddeld tien mensen naar de politie om te vertellen dat ze verkracht zijn. Maar negen op tien slachtoffers houdt haar of zijn mond. Omdat ze beschaamd zijn, of omdat ze denken dat de dader toch vrijuit zal gaan. De regering schat het aantal slachtoffers op 43.000 per jaar.

Bij seksueel geweld is het vaak een woord-tegen-woordsituatie. Heel veel zaken worden geseponeerd; uit een eerdere vraag die ik stelde bleek dat tussen 2010 en 2015 er 11 665 seponeringen bij dossiers omtrent seksueel geweld waren. 7069 (60.6%) dossiers werden geseponeerd omwille van onvoldoende bewijs.

Het is dus cruciaal om een zo sterk mogelijk dossier te hebben en daarvoor is voldoende bewijs essentieel. Een zaak die geseponeerd is, is niet afgelopen, ze kan heropend worden. De ViCLAS-databank kan hierbij belangrijk zijn wanneer blijkt dat het om eenzelfde dader gaat.

We moeten er dus voor zorgen dat slachtoffers wél aangifte doen, en liefst binnen de 72 uur zodat cruciaal bewijs verzameld kan worden. Een heel belangrijk element in dit verhaal zijn voor mij de multidisciplinaire referentiecentra voor seksueel geweld. In oktober worden proefprojecten opgestart. Tegen 2018/9 moet er een centrum in elke provincie zijn.

In deze centra zullen politie, medisch personeel en juristen samenzitten en ervoor zorgen dat het slachtoffer zo goed mogelijk opgevangen, begeleid en verzorgd wordt. Voor de ViCLAS-databank is het belangrijk dat ook de pv’s zo goed mogelijk opgesteld worden. Deze centra bestaan reeds in verschillende Europese landen, waar ze hun waarde al bewezen hebben. Ook de aangiftebereidheid zou er door toenemen.
 

 

 


[1]“Administratieve basisgegevens, gegevens betreffende het slachtoffer, gegevens betreffende de dader, vervoersmiddelen die eventueel werden gebruikt, beschrijving van de plaats delict, elementen rond het misdrijf, gebruikte wapens en chronologische volgorde van de gebeurtenis. Deze gegevens zijn een voldoende basis om een analyse te kunnen uitvoeren. Geen van deze gegevens is verplicht. Afhankelijk van het dossier zijn deze al dan niet beschikbaar”.

[2]“Terwijl de ANG enkel ‘klassieke’ politionele informatie bevat, bevat de databank ViCLAS een aantal elementen met betrekking tot de motivering van de dader en gegevens betreffende het slachtoffer. Bij de vatting van een feit in de databank ViCLAS hebben de leden van de dienst ZAM eveneens de taak een link met het feit in de ANG te creëren.”

[3] Dit zijn enkel de pv’s die kwalitatief in orde zijn voor opname in de databank. “De andere PV’s worden ingescand en blijven steeds consulteerbaar door middel van een searchtool”, aldus de minister.

Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder