Sla navigatie over

Parlementsleden moeten niet blaten maar problemen van mensen oplossen

De liberale fracties in het Vlaamse en federale parlement verkozen bij de start van het parlementaire jaar elk een nieuwe fractieleider. Willem-Frederik Schiltz en Egbert Lachaert zijn er beiden met volle goesting ingevlogen. Wij spreken hen over hun politieke achtergrond, hun drijfveren en de rol van fractieleiders en parlementsleden.

Jullie draaien al geruime tijd mee in de partij en het parlement, maar hoe zijn jullie in de politiek gerold?

Egbert: “In mijn studententijd ben ik gerekruteerd door het LVSV Gent. In die beweging heb ik me bijzonder geamuseerd en veel mensen leren kennen, waaronder Mathias De Clercq en Philippe De Backer. In mijn laatste jaar werd ik nationaal voorzitter. Na mijn studententijd ben ik aan de slag gegaan als advocaat en heb ik een tijdje gezocht naar een manier om dat politiek engagement verder te zetten. Uiteindelijk heb ik de stap gezet naar de actieve politiek. Eerst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 en drie jaar later als opvolger op de Vlaamse lijst.”

Willem-Frederik: “Op een dag in 2007 kreeg ik telefoon van Guy Verhofstadt, Bart Somers en Vincent Van Quickenborne met de vraag of ik niet op een lijst wilde staan. Nochtans had ik me altijd voorgenomen om vooral niet te wat mijn vader had gedaan. Hoewel mijn politieke voorkeur grondig van hem verschilde, had ik uiteraard wel waarden en een groot rechtvaardigheidsgevoel van hem meegekregen. Ik was ook actief in studentenprotesten. Ik heb de sprong toch gewaagd, ook al had ik evengoed kunnen gaan werken in een totaal andere branche. Maar ik koos toch voor de politiek, net omdat ik dan in de ‘smidse van rechtvaardigheid’ aan de slag kon.”

Was jullie achternaam voor jullie een nadeel of voordeel om je weg te banen?

Willem-Frederik: “Ik werd met mijn Volksunie-achternaam gekatapulteerd in een andere partij. Dat was niet evident. ‘Ben je wel een echte liberaal?’, hoor je dan. Uiteraard viel ik op door mijn naam op de kieslijst, dat was een voordeel. Maar je mag je daar niet in wentelen want dan loopt het fout. Je moet je eigen naam maken.”

Egbert: “Volledig akkoord. Een naam is inderdaad niet voldoende. Je moet zelf aan je weg timmeren en hard werken. Ik vind het wel heel jammer dat mijn vader mijn actieve loopbaan in de politiek niet heeft kunnen meemaken. Hij stond volledig achter me. Dat is een gevoel en gemis dat ik ongetwijfeld deel met Willem-Frederik...”

Zonder nieuwe regering heeft de federale Kamer momenteel de handen vrij. Is dat een vloek of zegen?

Egbert: “Het is een interessante periode. Het parlement draait op volle toeren en heeft de volledige bevoegdheid om wetgevend werk te verrichten. We zijn ook vrijer nu er nog geen regering is. Er zijn dus veel mogelijkheden. Kijk bijvoorbeeld naar de ethische dossiers. Wij willen al jaren de wetgeving rond abortus en euthanasie voor mensen met dementie uitbreiden. Nu komt er schot in de zaak. Dat neemt niet weg dat we dringend een regering nodig hebben. Een parlement kan misschien wel losse wetten stemmen, maar er is een langetermijnvisie, een overkoepelend project nodig om bijvoorbeeld in de pensioenen en arbeidsmarkt richting te geven. Een parlement kan ook geen begroting opstellen.”

Het Vlaams parlement heeft wel al de beleidsnota’s en eerste begroting gestemd. Wat zijn daar de liberale prioriteiten voor de komende jaren?

Willem-Frederik: “Wij zullen onze liberale canon met drie speerpunten verdedigen. Werk moet lonen, dat doen we bijvoorbeeld met de jobbonus voor de laagste lonen en een versterkt activeringsbeleid. Ten tweede gaan we het onderwijs versterken. De lat moet opnieuw omhoog. En ten derde laten we niemand achter. Niet in het onderwijs, ook niet in de zorg. We willen alle mensen kansen geven om vooruit te gaan. Dat is de essentie van liberalisme.”

Welke dossiers gaan jullie als fractieleider zelf opvolgen?

Egbert: “Het arbeidsmarktbeleid is mijn dada. We moeten meer mensen aan werk helpen. Op korte termijn wil ik ook mijn wetsvoorstel realiseren om de grootverdieners in de topsport eerlijk hun belastingen te laten betalen. Vandaag betalen topvoetballers minder dan een kuisvrouw. Dat kan niet.”

Willem-Frederik: “Voor mij is dat de circulaire economie en een doortastend klimaatbeleid. We hebben een economische benadering nodig zodat mensen en bedrijven hier actief en positief in mee kunnen stappen.”

Hoe willen jullie de rol als fractieleider invullen?

Willem-Frederik: “Ik sta voor een leiderschap dat iedereen aan bod laat komen én durft beslissen. Enerzijds moet je knopen durven doorhakken, maar dat kan enkel na genoeg inspraak en participatie. Dat heet paradoxaal leiderschap. De slinger moet mooi in het midden blijven, maar vaak zie je dat die in organisaties naar de ene of de andere kant doorslaat.”

Egbert: “Men zegt vaak dat de politiek een ploegsport is voor individualisten. Je moet dus als fractieleider je mensen goed coachen en vooral ook laten scoren. De pers weet je als fractieleider heel gemakkelijk te vinden, maar ik wil ruimte laten voor iedereen. Nieuwkomers moeten kunnen groeien en gevestigde waarden moeten hun dingen kunnen blijven doen.”

Hoe ervaren jullie de druk van de ‘particratie’? Is het parlement echt vrij? Of louter een stemmachine?

Egbert: “Zoals ik zei, blijft het een ploegsport en moet een partij waken over haar rechtlijnigheid en DNA. Dat is normaal. Wij als fractie moeten dat ook uitdragen. Maar particratie werkt in beide richtingen: parlementsleden zetten uiteraard ook mee de partijlijnen uit.”

Willem-Frederik: “Toen ik begon in het parlement was er veel meer fractietucht. Logisch ook, gezien de fracties toen groter waren. Vandaag moeten we alle kwaliteit uit elk individueel parlementslid halen, ze de ruimte geven om hun authentiek verhaal laten vertellen. Daardoor boksen wij boven ons gewicht.”

Er is veel kritiek op ‘de politiekers’ en het politiek bedrijf in het algemeen. Jullie zijn van een nieuwe generatie. Hoe willen jullie dat beeld keren?

Willem-Frederik: “Uiteraard moet je als parlementslid 100% integer zijn. Niet blaten, geen opgelepelde verhaaltjes nabalken. Wel je onderwerp tot in de puntjes beheersen, de boodschap vertalen naar de leefwereld van mensen en hun problemen ook echt oplossen. Mensen voelen heus wel aan wie echt is en wie fake.”

Egbert: “Juist. En populariteit en succes bij verkiezingen volgt daar dan wel uit. Je moet als politicus ook moeilijke boodschappen durven brengen. De hemel op aarde beloven is gemakkelijk, dat doen politici constant, maar wat blijft daar na 5 jaar van over? Dan kan de kiezer alleen ontgoocheld zijn. Je moet het verschil maken met dossierkennis, met richting geven, met beslissingen durven nemen, ook als ze moeilijker zijn. En natuurlijk moet je als parlementslid ook actief zijn op het terrein, bij de mensen, benaderbaar. Herman De Croo geeft al jaren het goede voorbeeld op dat vlak.”

Willem-Frederik: “Daarnaast moeten we het pad durven bereiden voor een nieuwe politiek. Ik ben al jaren bezig met projecten rond burgerparticipatie. Politici die enkel om de vijf of zes jaar verantwoording afleggen, ik vind dat niet van deze tijd. Het is een bijzonder krachtig middel om van tegenstanders medestanders te maken, om draagvlak te vergroten voor beslissingen.”

Egbert: “In ons lokaal meerjarenplan hebben we dit uitgetest -op aanraden van Willem-Frederik trouwens- en dat was een succes. Door al deze zaken te combineren, geloof ik dat we het geloof in de politiek stukje bij beetje moeten kunnen herstellen.”

Is het niet te laat? Het Vlaams Belang heeft een tweede adem gevonden. Hoe moeten liberale parlementsleden omgaan met extremen in het debat?

Egbert: “Met de verkiezingsoverwinning van het Vlaams Belang en PVDA zijn er veel zetels in het parlement die letterlijk buitenspel staan. Zij zullen nooit constructief meedoen aan het beleid. Zij komen niet met oplossingen. Hun stijl en discours is problematisch. Dat maakt het natuurlijk moeilijker voor partijen als de onze om krachtdadig te besturen. Het debat wordt ook vaak dood geklopt met hun simplismen. We moeten dus oplossingen blijven aanbrengen en zeker onze agenda niet door populisten laten bepalen.”

Willem-Frederik: “Klopt. Democratie kan alleen maar werken als ze gevoed wordt door mensen zelf, op een geïnformeerde manier. Maar een partij zoals het VB liegt hier in het parlement gewoon onomwonden. In die zin leggen ze een hypotheek op de toekomst van de democratie. Maar ik ben hoopvol. Het biedt ook een kans voor liberalen. Wij zijn de antithese van extreemrechts. Wij moeten onze redelijke oplossingen even krachtig in de markt zetten.”

We leven in een federaal land met sterke regio’s. Toch kunnen de regeringen uitdagingen zoals klimaat, begroting en tewerkstelling niet in hun eentje oplossen. Vaak blokkeert het. Kunnen de parlementen bijdragen aan oplossingen?

Willem-Frederik: “Daar ben ik zeker van. De hele klimaatdiscussie zat in 2017 helemaal vast tussen de niveaus. We hebben dan met de vier parlementen de koppen bij mekaar gestoken en daar is een compromis uitgekomen. Je kan assemblees dus zeker inschakelen om voorbereidend werk te verrichten in complexe zaken.”

Egbert: “In een parlement creëer je draagvlak voor grotere beslissingen. Alleszins is onze staatsstructuur nog niet perfect. Als liberalen moeten we altijd eerst kijken naar de efficiëntie van organisaties. We staan open voor een gesprek over homogenere bevoegdheidspakketten en een betere samenwerking. Dat debat zal de komende jaren in het Vlaams parlement worden gevoerd.”

Het Vlaams parlement heeft de reputatie ‘saai’ te zijn, in de Kamer is het dan weer al te vaak ‘kermis’. Jullie hebben in beide parlementen gezeteld. Hoe kijken jullie daarnaar?

Willem-Frederik: “Bij de verkiezingen van mei zijn er heel wat parlementsleden gewisseld van assemblee. Die kruisbestuiving gaat de dynamiek in beide parlementen wat veranderen. Een versterkt Vlaams Belang dwingt ons in het Vlaams parlement om uit ons kot te komen en ons niet te verliezen in technische discussies over begrotingsartikel Q84bis. Natuurlijk is de debatcultuur en stijl ook wat gelinkt aan het soort bevoegdheden.”

Egbert: “In de Kamer heb je inderdaad wat meer ideologische discussies en algemenere politieke debatten. Federale parlementsleden genieten wat meer vrijheid, maar dat leidt ook tot meer onvoorspelbaarheid. De spreektijd in commissies is bijvoorbeeld ook eindeloos, wat de kwaliteit van het debat niet altijd tegoed komt. Elk parlement heeft dus zeker zijn eigenheid, voor- en nadelen.”

Tot slot: wat doen jullie na een lange dag om te ontspannen?

Egbert: “Een bad met veel schuim en Netflix. En mijn vrijdagavond is heilig: dan ga ik voetballen met mijn kameraden.”

Willem-Frederik: “Om de twee weken op de Bosuil gaan brullen, zingen en supporteren voor the Great Old. Zonder Bengaals vuur weliswaar. Het is ook fijn om gewoon eens niét over politiek te babbelen op zo’n moment!”

Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder