Sla navigatie over

Q&A – Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV)

De Vlaamse regering keurde op 30 november 2016 het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed.

Dit BRV is de strategische langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van Vlaanderen en opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Het Witboek moet in 2017 resulteren in het eigenlijke Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Burgers en lokale besturen zullen nog worden geconsulteerd over de inhoud van het plan.

Het witboek betekent geen wijziging van de geldende regelgeving. Het is een visietekst over hoe we in Vlaanderen in de toekomst met ruimte willen omgaan. Ondanks de mededelingen in de pers en op sociale media vandaag zal dit witboek van het BRV geen bestemmingen wijzigen. Het zal ook geen bouwverbod opleggen op percelen die vandaag zijn ingekleurd als woonzone, industriezone, etc.

Wat zijn de belangrijkste principes die hierin wel werden opgenomen?

  • Omdat ruimte in Vlaanderen beperkt is willen wij die ruimte zo kwalitatief mogelijk invullen en maximaal rentabiliseren. Dat zullen we doen door procedures op maat van de burger te ontwikkelen, fiscale & financiële stimuli te geven en rationeel & gemengd ruimtegebruik aan te moedigen. Om dit te doen zal de Vlaamse overheid een maatschappelijke kosten-batenanalyse maken waarbij eigendomsrechten en patrimonium maximaal gewaardeerd zullen worden.
  • In functie van zowel economische meerwaarde als ecologie zal het BRV flexibel genoeg zijn om toekomstige technologieën in te schakelen waar mogelijk. De energietransitie zal ondubbelzinnig gefaciliteerd worden en efficiëntie staat voorop. Zo zullen hernieuwbare energiebronnen overal ruimtelijk inpasbaar gemaakt worden.
  • Vanuit een bovenlokale visie streeft het BRV naar zuinig ruimtegebruik door kernen te versterken. De nabijheid van basisvoorzieningen zoals scholen, stads- en winkelcentra, crèches, en dergelijke meer is hierbij belangrijk. Zacht vervoer en openbaar vervoer alsook blauwgroene netwerken helpen deze doelstelling te bereiken.

 

Hieronder de meest gestelde vragen:

Q: Ik heb een bouwgrond. Mag ik nog bouwen?

A: Het BRV verandert niets aan het statuut van een grond. Bouwgrond blijft bouwgrond. Wel tracht het BRV een toekomstvisie aan te reiken over hoe we omgaan met bouwen en wonen. Waar mogelijk willen we vooral wonen nabij de kernen bevorderen. We willen ook proberen om met dezelfde ruimte meer te doen, bijvoorbeeld door flexibel wonen mogelijk te maken. Ook energie-efficiënt wonen is een permanente drijfveer.

Q: Worden de woonuitbreidingsgebieden geschrapt door het BRV?

A: Nee. Net zoals dat voor andere bestemmingen geldt, wijzigt BRV een bestemming niet. Wel worden een aantal duidelijke principes afgesproken die kunnen helpen in het debat over het aansnijden van woonuitbreidingsgebieden. Is een gebied al dan niet kernversterkend? Is het goed ontsloten bijvoorbeeld door een ligging vlakbij het station? Ligt het in een overstromingsgebied? Het zijn allemaal vragen waar BRV doet over nadenken.

Q: Zal het BRV gevolgen hebben voor de waarde van mijn eigendom?

A: Nee. Vandaag wordt de waarde van een eigendom reeds bepaald door verschillende factoren. Een centraal gelegen en goed bereikbare eigendom is doorgaans duurder dan een perifeer gelegen woning op ruime afstand van een station. BRV verandert daar niets aan. Op termijn is het de bedoeling mensen aan te moedigen om de principes van BRV in de praktijk te brengen. Daarvoor worden een aantal nieuwe instrumenten voorbereid. Bij die instrumenten zijn het eigendomsrecht en het behoud van minstens de kapitaalwaarde bijzondere aandachtspunten.

Q: Wat is de betonstop juist en komt die er?

A: In het BRV staat het woord betonstop zelfs niet. Het is een term die onder andere een aantal actiegroepen hebben gelanceerd. Het klopt dus niet dat er niet meer mag worden gebouwd.

Wat is wel de bedoeling: iedereen is het erover eens dat de ruimte beperkt is. Daarom moeten we een duidelijke visie hebben over hoe we met die ruimte omgaan. Dat is niet nieuw. In de jaren ’70 van de vorige eeuw werd die visie op papier gezet via de gewestplannen. 20 jaar geleden gebeurde dat via het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Vandaag willen we die visie opnieuw aanpassen aan maatschappelijke evoluties en noden. Hoe zorgen we ervoor dat ruimtelijke ordening mee een antwoord kan bieden op het mobiliteitsprobleem? Waar kunnen hernieuwbare energiebronnen komen? Hoe zorgen we dat onze open ruimte multifunctioneel kan worden gebruikt en bijdraagt tot het halen van de klimaatdoelstellingen?

Q: Het ruimtebeslag mag nog 3 ha per dag zijn in 2025 en 0 ha per dag in 2040 en ook de verharding moet worden teruggedrongen. Maar wat wordt daar juist mee bedoeld?

Ruimtebeslag is de ruimte die we vandaag innemen om te wonen, te werken, ons te ontspannen, voor wegen, etc. Daar tegenover staat de open ruimte, de ruimte die bestemd is als landbouwgebied of als groene zone. Of iets al dan niet tot het ruimtebeslag behoort, wordt beoordeeld op bestemmingsniveau. Een perceel bouwgrond in woonparkgebied van 1 ha met één woning op, wordt volledig meegeteld als ruimtebeslag, ook al is maar een klein deel echt bebouwd.  Ook zone die bestemd is als industriegebied, maar die nog niet ontwikkeld is en waar bos opgroeit, behoort tot het ruimtebeslag. Net zoals een nog niet ontwikkeld woonuitbreidingsgebied.

Zorgen dat het ruimtebeslag in 2040 nul ha per dag bedraagt, betekent dus dat we vanaf 2040 gaan proberen om netto geen nieuwe ruimte aan te snijden. We kunnen bijvoorbeeld proberen om anders te gaan bouwen door bijvoorbeeld extra woningen te plaatsen op reeds bebouwde percelen, door woningen te groeperen en voor hetzelfde aantal wooneenheden minder ruimte in te nemen.

Daarnaast is er ook de verharding. Op een bebouwd perceel is bijvoorbeeld de plaats van de woning, de oprit en het terras verhard. De rest niet. Ook die verharding moeten we proberen binnen de perken te houden. Dat kan bijvoorbeeld door waterdoorlatende materialen te gebruiken voor een oprit of terras of door een groendak te installeren.

Q: In het BRV wordt vooral ingezet op ontwikkelingen rond de knooppunten. Is er op andere plaatsen dan geen ontwikkeling meer mogelijk?

A: Niet noodzakelijk. Bedoeling van het BRV is aan te zetten en te stimuleren dat we in en rond de kernen gaan wonen. Kernen zijn plaatsen die goed bereikbaar zijn, het liefst ook bereikbaar zijn met collectief vervoer en waar voldoende voorzieningen aanwezig zijn (winkels, openbare diensten, scholen, zorginstellingen,…). Die kernen zelf zijn ook best zo ingericht dat alles makkelijk te bereiken is en dicht bij elkaar ligt. Bedoeling is dat we mensen aanmoedigen en stimuleren om in plaats van op afgelegen plaatsen in deze kerngebieden te gaan wonen en werken. Verplichten doen we dit niet. We proberen hen wel te overtuigen. Dat kan bijvoorbeeld door financiële of fiscale stimuli. Overigens zijn er knooppunten op verschillende schalen mogelijk: afhankelijk van hun omvang, bereikbaarheid en voorzieningsniveau.

Q: Zal ik nu een zonnepark kunnen uitbouwen in agrarisch gebied?

A: In het BRV is maximale facilitering van de energietransitie ingeschreven als principe. Energie-efficiëntie is een permanent uitgangspunt. Hernieuwbare energie wordt bestemmingsneutraal. Dat betekent dat windturbines of zonnepanelen in alle bestemmingen zullen kunnen. Vandaag is dat niet het geval. Uiteraard moet een en ander nog gewijzigd worden in de regelgeving en zullen er voor elk concreet project de nodige afwegingen moeten worden gemaakt, zowel ruimtelijk als voor wat milieu betreft. Natuurlijk dien je bij de plaatsing van een windturbine nog rekening te houden met omwonenden en natuurlijk gaan we niet onbeperkt landbouwakkers laten volplaatsen met zonnepanelen. Het bestemmingsneutraal maken, zorgt er wel voor dat veel meer plaatsen ter beschikking komen, waaronder ook heel wat plaatsen waar de hinder voor de mens beperkt blijft.

Q: Wat als morgen de zelfrijdende wagen een feit is. Zitten we dan vast aan een plan dat daar geen rekening mee houdt?

A: Nee, zeker niet. Het BRV is zo opgevat dat het geactualiseerd kan worden en kan worden aangepast aan technologische innovaties. Het BRV bevat 2 delen. Een visiedeel met strategische doelstellingen en een operationeel deel, de zogenaamde beleidskaders, waarin concrete acties staan. In het witboek BRV staan nu 6 beleidskaders, maar er kunnen er nog bijkomen en de acties kunnen ook evolueren.

Q: Wat betekent het witboek BRV voor mijn gemeente?

A: Het witboek BRV is de strategische visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de Vlaamse  regering. Het is als het ware de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Op termijn is het de bedoeling dat ook alle lokale besturen een Beleidsplan Ruimte gaan maken om de ruimtelijke visie op hun niveau uit te werken. In tegenstelling tot het RSV gaat het nu niet om een verplichting, maar om een aanbeveling. Net omwille van het feit dat een Beleidsplan Ruimte dynamisch is en kan worden aangepast aan evoluties en nieuwe inzichten is het een veel soepeler plan dan het huidige Structuurplan op gemeentelijk niveau. Zelfs kleine aanpassingen konden daar alleen na lange, logge procedures.

Gecombineerd met de instandhoudingsdoelstellingen (IHD) en de programmatorische aanpak stikstof (PAS)

Q: Heeft de landbouw nog een toekomst in Vlaanderen?

A: Wat ons betreft zeer zeker. De landbouw blijft als sector belangrijk en moet voldoende groeimogelijkheden krijgen. Net zoals voor elke andere sector, moet ook de landbouw haar bijdrage leveren aan het halen van de klimaatdoelstellingen. Dat betekent bijvoorbeeld een beperking van de ammoniakuitstoot. Onze visie is dat je daarbij beter realistische streefdoelen zet dan onrealistische inspanningen vraagt die de sector economisch in het gedrang brengen.

Landbouwers zijn ook ondernemers. Een ondernemer wil in de eerste plaats zekerheid voor zijn bedrijf en groeikansen als die opportuun zijn. Nu normen opleggen voor emissiearme stallen die in feite op de markt nog niet beschikbaar zijn, moet je dan ook niet doen. Iedere ondernemer met een beetje visie zal uit zichzelf in de best beschikbare technieken investeren als dat de bedrijfszekerheid van zijn bedrijf mee helpt garanderen.

Een en ander neemt niet weg dat het voor iedereen duidelijk is dat de landbouwsector een sector in evolutie is. Dat zal leiden tot nieuw debat en nieuwe vragen.

Wellicht, en die trend is al duidelijk, zal een deel landbouw veel minder landgebonden zijn dan nu. Bijvoorbeeld voor bepaalde serrekweek is gebruik van restwarmte veel essentiëler dan een ligging in agrarisch gebied.

Bijvoorbeeld het houden van paarden en wat sommigen de ‘verpaarding van het landschap’ noemen is een duidelijke maatschappelijke trend. Eerder dan die trend te veroordelen of zelfs te verbieden, moeten we kijken op welke manier we die trend kunnen combineren met de professionele landbouw en een kwalitatief landschap.

 

Aarzel niet ons te contacteren indien u meer informatie wenst. 

Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder