Sla navigatie over

Snelrecht moet weer echt snel zijn

“Met het wetsvoorstel willen we het snelrecht, zoals bestond ten tijde van het EK 2000, herstellen, maar dan zonder de ongrondwettige bepalingen. Ook worden de rechten van de verdediging versterkt doordat de persoon, die moet verschijnen, samen met zijn advocaat moet akkoord gaan. De verschijning voor de rechtbank gebeurt na ten vroegste 4 en ten hoogste 7 dagen te rekenen van de uitvaardiging van het bevel tot aanhouding met het oog op onmiddellijke verschijning”, legt Lahaye-Battheu uit.

“De korte termijnen die sinds 2000 voorzien waren, blijven dus gehandhaafd maar door de vereiste van een akkoord van de betrokkene (na raadgeving door zijn advocaat) in te schrijven -naar Frans voorbeeld- kan men niet langer beweren dat diens rechten van verdediging miskend worden.

Wanneer de te verschijnen persoon niet akkoord gaat met zijn verschijning binnen deze termijn wordt de behandeling van de zaak uitgesteld. Dat wil zeggen dat de rechtbank deze zaak uiterlijk 15 dagen na de inleidingszitting in beraad neemt.”

Uit cijfers, die Lahaye-Battheu opvroeg bij minister Geens, blijkt niet alleen dat de toepassing van het snelrecht daalt. Er is ook een zeer verschillende toepassing. De dagvaardingen werden in de referentieperiode (2011-2016) vooral toegepast in de parketten Luik (3.156 verdachten), Oost-Vlaanderen (1.936 verdachten) en Antwerpen (1.576 verdachten). Die drie parketten nemen bijna de helft van alle zaken voor hun rekening:

 

Tabel: aantal verdachten dat tussen 1 januari 2011 en 31 december 2016 werd gedagvaard voor de correctionele rechtbank via de procedure snelrecht, naargelang het jaar van dagvaarding en per parket (n & kolom%)

 

2011

2012

2013

2014[1]

2015

2016

Totaal

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

ANTWERPEN

Parket Antwerpen

582

19,78

403

17,62

403

18,42

153

6,40

23

1,11

12

0,49

1.576

10,99

Parket Limburg

32

1,09

51

2,23

80

3,66

72

3,01

95

4,58

117

4,75

447

3,12

BERGEN

Parket Charleroi

316

10,74

29

1,27

17

0,78

303

12,68

174

8,39

167

6,78

1.006

7,01

Parket Bergen-Doornik

139

4,72

192

8,40

183

8,36

291

12,18

211

10,17

315

12,78

1.331

9,28

BRUSSEL

Parket Brussel

160

5,44

140

6,12

127

5,80

274

11,47

232

11,18

519

21,06

1.452

10,12

Parket Halle-Vilvoorde

.

.

.

.

.

.

.

.

182

8,77

170

6,90

352

2,45[2]

Parket Leuven[3]

168

5,71

127

5,55

111

5,07

113

4,73

124

5,98

29

1,18

672

4,68

Parket Waals-Brabant

45

1,53

43

1,88

81

3,70

101

4,23

99

4,77

95

3,86

464

3,23

GENT

Parket Oost-Vlaanderen

326

11,08

308

13,47

320

14,63

338

14,15

327

15,76

317

12,87

1.936

13,50

Parket West-Vlaanderen

275

9,34

225

9,84

213

9,73

219

9,17

177

8,53

273

11,08

1.382

9,63

LUIK

Parket Luik

761

25,86

664

29,03

571

26,10

413

17,29

376

18,12

371

15,06

3.156

22,00

Parket Namen

42

1,43

44

1,92

57

2,61

64

2,68

35

1,69

38

1,54

280

1,95

Parket Luxemburg

97

3,30

61

2,67

25

1,14

48

2,01

20

0,96

41

1,66

292

2,04

Totaal

2.943

100,00

2.287

100,00

2.188

100,00

2.389

100,00

2.075

100,00

2.464

100,00

14.346

100,00

 

Bron: gegevensbank van het College van Procureurs-generaal – statistisch analisten

  • Deze cijfers zijn afkomstig uit de databanken REA en MaCH, die gevoed worden met de registraties van de correctionele afdelingen van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg en het federaal parket. De gegevensextractie dateert van 10 juni 2017.
  • Sinds de gerechtelijke hervorming van 1 april 2014 telt ons land 15 parketten (14 correctionele parketten + het federaal parket). Hiervan zijn er 14 die de correctionele zaken registreren in de geïnformatiseerde systemen REA en MaCH. Enkel het parket van Eupen registreert op dit moment geen gegevens, bij gebrek aan een Duitstalige versie.
  • Er wordt enkel rekening gehouden met de eerste registratie van de dagvaarding via snelrecht bij een verdachte betrokken in een zaak binnen de referentieperiode. Op die manier wordt iedere verdachte per zaak één keer meegerekend. Indien het parket niet één van deze types dagvaarding geregistreerd heeft, maar de verdachte wel via snelrecht gedagvaard werd voor de snelrechtkamers, dan wordt deze verdachte hier dus niet meegeteld.
  • Hiernaast bestaan ook lokale initiatieven bestaan om dagvaardingen via snelrecht te identificeren. Er wordt echter geen rekening gehouden met deze registraties, daar er hieromtrent geen uniformiteit bestaat en er afgeweken wordt van de registratierichtlijnen, voorzien in de omzendbrief nr. COL18/2010.
  • De teleenheid is een verdachte in een zaak. Indien een verdachte in meerdere afzonderlijke zaken werd gedagvaard via de snelrechtprocedure, wordt deze verdachte meerdere keren geteld in de tabel.
  • Verder is het ook de vraag of altijd de geëigende code voor registratie van de verschillende types dagvaarding in de informatica-systemen (REA en MaCH) werd gebruikt. De cijfers moeten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden, aangezien er geen referentiekader is over het aantal verdachten dat een andere beslissing (rechtstreekse dagvaarding, minnelijke schikking, zondergevolgstelling, etc.) toegewezen kreeg.

Uniforme toepassing noodzakelijk

“Opvallend is dat er in enkele arrondissementen geen gespecialiseerde kamer(s) voor snelrecht zijn, bijvoorbeeld in Ieper, Kortrijk en Veurne. In sommige arrondissementen zijn er wel, maar worden ze niet gebruikt door het parket (bijvoorbeeld Antwerpen, Mechelen en Turnhout)”, zegt Lahaye-Battheu, die pleit voor een uniforme toepassing van snelrecht. (zie tabel onderaan)

De selectie van het aantal verdachten waarvoor de snelrechtprocedure werd toegepast is gemaakt op basis van drie types dagvaarding:

  • dagvaarding onmiddellijke verschijning  (art. 216 quinquies Sv.);
  • oproeping bij proces-verbaal (art. 216quater Sv.);
  • dagvaarding via politie (art. 645 Sv.).

“Zo wordt in het arrondissement Brugge het snelrecht alleen toegepast bij dagvaarding onmiddellijk na arrestatie door de politie”, stelt Lahaye-Battheu vast.

Minister Geens stelt in zijn antwoord “dat -naar aanleiding van in het verleden opgemaakte statistieken met betrekking tot snelrecht- verschillende parketten maatregelen troffen om de dagvaarding via snelrecht vaker toe te passen (o.a. sensibilisering van politie en magistraten), maar dat deze ook afhankelijk zijn van de mogelijkheden van de voorzitter van de rechtbank om snelrechtzittingen te organiseren. Snelrecht is niet altijd de meest aangewezen afhandelingswijze”.

Lahaye-Battheu stelt dat het regeerakkoord op dat vlak nochtans ambitieus is: “De inspanningen om in elk arrondissement specifieke kamers in te richten om een snelrechtprocedure voor eenvoudige misdrijven mogelijk te maken zullen worden verder gezet, luidt het. Zeker in sommige arrondissementen moet er een tandje worden bijgestoken.”

Het liberale Kamerlid geeft tot slot enkele voorbeelden. “Na de rellen in Brussel eind vorig jaar kan snelrecht zorgen voor een ‘lik-op-stuk-beleid’. De Brusselse procureur Jean-Marc Meilleur stelde onlangs ‘grote fan’ te zijn van snelrecht. Hij wil zelfs een ‘gewone correctionele kamer’ opofferen voor een ‘extra kamer snelrecht’. Zulke jongeren moet je inderdaad niet na twee jaar berechten, dat is nutteloos. Maar ook bij de afhandeling van ‘kleine winkelcriminaliteit’ kan snelrecht efficiënt zijn. Onder andere Comeos, de Belgische federatie van handel en diensten, klaagde al meermaals terecht aan dat snelrecht te weinig wordt toegepast.”

 


 

Zoek nieuwsberichten
Meest recente berichten

Gemaakt door Code Nation via NationBuilder